Verkiezingsprogramma 2012

Engagement voor een warme en leefbare samenleving die kan Versterken, Verbinden, Verzorgen en Voorzien.

Inleiding

De voorbije zes jaar heeft CD&V in Aarschot samen met de burgemeester, de OCMW-voorzitter, onze schepenen en onze mensen in de gemeente- en OCMW-raad en de sociale huisvestingsmaatschappij het beste van zichzelf gegeven om van Aarschot een leefbare gemeenschap en warme samenleving te maken, die mensen kansen biedt maar mensen ook aanzet om de geboden kansen te grijpen.

CD&V wil in Aarschot een beleid op maat van de mensen.  In de nieuwe legislatuur, die op 1 januari 2013 van start gaat, wil CD&V in Aarschot hieraan mee bouwen.  Een warme, leefbare samenleving is een verhaal van vrijheid en verantwoordelijkheid, van rechten en plichten. Het ene kan immers niet zonder het andere. Wij willen een samenleving die kan versterken, verbinden, verzorgen en voorzien.  Jong en oud, man en vrouw, winkelier en landbouwer, arbeider en bediende, eigenaar en huurder, gezinnen met of zonder kinderen, nieuwe landgenoten en nog geen landgenoten, rijk en arm, loontrekkende en zelfstandige, … als we zeggen {iedereen inbegrepen} dan bedoelen we ook {iedereen inbegrepen}.

Overleg, luisterbereidheid, gedeelde waarden en respect voor het vrij initiatief vormen de basis van ons programma.
We willen als partij een inhoudelijk verhaal vertellen, waarbij de vier basiswaarden van CD&V - verbinden, versterken, verzorgen en vooruitzien - centraal staan.


Verzorgen

Zorg staat voor daadwerkelijke aandacht. Oog hebben voor degenen die ondersteuning en bijstand nodig hebben.  Denken we aan de zorg voor opvang van kinderen, voor betaalbare woningen, een groene en gezonde omgeving, een diversiteit aan cultureel aanbod, de zorg voor een veilige leefomgeving, voor een waardige oude dag, enzovoort.  

Zorg betekent in veel gevallen verzorging. Het welzijn van zieken en andere zorgbehoevenden is daarom een speerpunt voor christendemocraten.  De verzorging van onze medemens staat in het centrum. Aandacht voor armoedebestrijding in eigen land en ontwikkelingssamenwerking op het internationale forum zijn daar vertolkingen van.

Vooruitzien

Wij richten ons niet alleen op het ‘hier en nu’, maar ook op de toekomst.  We hebben immers ook een verantwoordelijkheid op te nemen naar de volgende generaties toe.  Vooruitzien impliceert dan ook voorzien.  

Naast de huidige generaties staan de christendemocraten de toekomstige generaties voor ogen inzake aandacht voor begroting, duurzame energie, pensioenen, sociale zekerheid, enzovoort.   Het welzijn en de welvaart van het hele volk staan daarbij voorop, vandaag en morgen.

 Verbinden

Mensen verbinden is de eerste opdracht van de christendemocratie omdat dit het platform is opdat eenieder naar eigen mogelijkheden zijn verantwoordelijkheid kan nemen ten voordele van het welzijn en de welvaart van alle Vlamingen.

Christendemocraten ondersteunen kaders en initiatieven die verbondenheid bevorderen, in de eerste plaats het gezin en het verenigingsleven.   Maar ook andere kaders en domeinen waarmee we misschien minder vanzelfsprekend verbonden zijn, krijgen aandacht, zoals mobiliteit (onze ‘verbindingswegen’), de werkvloer, leefmilieu, enzovoort.

Versterken

De kansensamenleving kunnen we enkel realiseren als er sterke schouders zijn om het streven naar die samenleving te trekken.  Dat betekent dat degenen die sterk staan en vooruit willen, gestimuleerd worden om onze samenleving vooruit te duwen en zodoende sterker te maken.  Daartoe richten wij de focus op het brede spectrum van het onderwijs, gedegen opleiding en permanente vorming, een kwaliteitsvolle arbeidsmarkt, gedreven ondernemerszin en een stevige economie.

De vier V-woorden kunnen niet zonder elkaar. Precies in hun onderlinge samenhang, aanvulling en verwevenheid wordt duidelijk wat toegepaste christendemocratie is. Niet toevallig betreffen het vier werkwoorden.  Als christendemocraten willen wij werk maken van deze ideologie.  Het is daarvoor dat onze Aarschotse CD&V-mandatarissen zich engageren.  

Wij willen een dienstvaardige gemeente die een algemeen kader biedt om deze samenleving de kans te geven mensen te versterken, verbinden, verzorgen en voorzien.

Versterken

Aarschot moet alle kansen geven om te verbinden en te  ontmoeten.

Een warme stad versterkt de verantwoordelijke vrijheid van zijn burgers door hen alle kansen te geven om hun talenten ten volle te benutten en te ontwikkelen:

  • via een ondersteunend jeugdbeleid;
  • door een economisch gezonde gemeente te creëren;
  • via een dynamisch ouderenbeleid;
  • via sport, cultuur en toerisme;
  • door een duurzame mobiliteit en een vlotte bereikbaarheid.

A. Een ondersteunend jeugdbeleid

Aarschot kent een bloeiend jeugdverenigingsleven dat gesteund is op de vrijwillige inzet van vele (meestal jonge) mensen. Deze inzet verdient veel waardering omdat jeugdverenigingen en ontmoetingsplaatsen jongeren ertoe aanzetten hun talenten te ontplooien en ter beschikking te stellen van de groep waarin ze actief zijn.

Samen met de ondersteuning van het jeugdbeleid willen wij als CD&V ook de nodige aandacht voor kinderopvang, onderwijs en onze openbare bibliotheek.

 Wij streven naar een geïntegreerd jeugdbeleid, in samenspraak met alle betrokkenen, in het bijzonder met de jongeren zelf.  Met ‘geïntegreerd’ bedoelen we dat een jeugdbeleid niet uitsluitend gericht is op pakweg subsidies voor jeugdverenigingen of een jeugdcentrum, maar rekening houdt met alle domeinen waarin jongeren betrokken zijn. Een jeugdbeleid gericht op de noden van jonge mensen biedt de beste kansen.

De jeugdbewegingen blijven ondersteunen is dus een juiste visie.  Aarschot heeft vandaag een goed werkend en rijkelijk jeugdbewegingsnetwerk met meer dan duizend leden.   Wij pleiten er dan ook voor om de financiële ondersteuning voor kadervorming en werking van deze verenigingen te behouden.  Het ondersteunen van initiatieven die ontstaan vanuit de diverse overlegplatformen (zoals jeugdcentrum De Klinker en de stedelijke jeugdraad) en het ondersteunen van het vrijwilligerswerk in het algemeen zijn voor CD&V Aarschot belangrijk.

Kansen geven om te versterken doen we ook door structurele ondersteuning te bieden aan onze sport- en jeugdverenigingen.  De bestaande initiatieven voor (jeugd)verenigingen, zoals kampvervoer en uitleendienst, willen we behouden en waar mogelijk willen we ondersteuning bieden op andere vlakken zoals huisvesting voor jeugdverenigingen, (brand)veilige lokalen, repetitielokalen en andere initiatieven op vraag van de jongeren zelf. De stedelijke jeugdraad is een bevoorrechte partner om de noden van de jongeren aan het stadsbestuur kenbaar te maken.

Voor het fuifbeleid kan dit betekenen kan dit we via een fuifcoach en de jeugddienst, de organistoren van fuiven ondersteunen. Veilig fuiven willen we stimuleren door middel van een een aanspreekpunt bij de politie. De jeugdraad is al langer vragende partij voor een jongerenagent bij de lokale politie. Dit kadert in een integrale aanpak van overlastbeperking en veiligheid op fuiven. We willen hier in de volgende ambtstermijn werk van maken. CD&V Aarschot wijst op de ondersteuning maar ook op de verantwoordelijkheid van organisatoren en fuifgangers: overlast beperken we via regels én overleg.

Het jeugdcentrum betekent een gigantische meerwaarde voor het jeugdbeleid en de vrijetijdsbesteding van onze Aarschotse jongeren. JC De Klinker wordt volgende beleidsperiode tien jaar jong! CD&V Aarschot is de grote promotor van het jeugdcentrum en wil ook de volgende jaren de werking ondersteunen. En dat op zulke manier dat JC De Klinker in alle autonomie kan werken.  Wij willen extra aandacht schenken aan projecten en initiatieven van het jeugdcentrum zoals “plug out” en “wacko woensdag”, omdat die meer drempelverlagend werken dan de reguliere jeugdhuiswerking. Het stadsbestuur omkadert de projecten die vanuit de jongeren zelf naar voor worden geschoven.Het jeugdcentrum is een plaats van ontmoeting, participatie en ontwikkeling. Een ondersteunend jeugdbeleid dat de jongeren versterkt en verbindt, wordt zichtbaar met zo een fantastisch jeugdcentrum.

Naast de jeugdverenigingen en het jeugdcentrum willen we ook de speelpleinwerking, de speelstraten en de vakantiewerking (vakantieclub en grabbelpas), alsook onze muziekwerking verder ondersteunen (vb. PIA: Pop In Aarschot).

Ruimte voor jongeren
In onze stad moet er voldoende aandacht zijn voor onze jongeren zowel bij de bestaande projecten als bij nieuwe initiatieven.  

We denken hier aan het cultureel centrum (programmatie en projecten met jongeren, schoolvoorstellingen), het skatepark en speelpleintjes.  In het park kunnen bijvoorbeeld ludieke vuilbakken geplaatst worden of een stadsbarbecue georganiseerd worden. Ook bij stadsvernieuwingsprojecten (vb. Orleanussite) of andere projecten (grote wooninitiatieven) die op til zijn, moet er aandacht zijn voor speelruimte.  Dit moet steeds meegenomen worden in het concept van dergelijke projecten.  De ondersteuning voor diverse initiatieven, zoals speelstraten, speelbossen, groene ruimte in Aarschot… vinden wij erg belangrijk.  Als CD&V willen wij erover waken dat de populaire Grabbelpaswerking de nodige infrastructuur ter beschikking heeft.

Om onze jongeren te bereiken willen we ook gebruik maken van diverse communicatiemiddelen gaande van eigen publicaties (kei-kassei, stadsmagazine,…) en de aanwezigheid op sociale netwerksites, tot het investeren in het updaten van de website van JC De Klinker, een portaal voor de jeugd in Aarschot.  Communicatie moet gebeuren op een duidelijke en kindvriendelijke manier.  We willen  hiermee onder andere de jeugdhulpverlening dichter bij de jongeren brengen.  We denken hier aan het JAC (Jongeren Advies Centrum) en het JIP (Jongeren Informatie Punt). Er kan ook onderzocht worden op welke manier er draadloze verbindingen toegankelijk worden voor de Aarschottenaar, bijvoorbeeld met een wifi-hotspot op de Grote Markt.


Participatie van onze jongeren
Het “kidsdebat” dient om ideeën van leerlingen van het lager onderwijs in Aarschot te laten doorstromen naar de andere stadsdiensten.  De jeugdraad is een belangrijke adviesraad van de stad.  De jeugdraad geeft advies over concrete dossiers maar het stadsbestuur vraagt zelf ook een ‘jongerentoets’ over deze dossiers.  Via de jeugdraad moet ook ondersteuning gegeven worden aan “jongeren en hun activiteiten” (zie hierboven).  Jongeren zijn ook welkom in andere stedelijke adviesraden (cultuurprogrammatie, milieu, GECORO, sportraad,…).

B. Een economisch gezonde gemeente/stad
Een gemeente of stad die leefbaar wil zijn, wil bruisen en kunnen versterken, moet economisch gezond zijn.   Dit vergt niet alleen bijzondere aandacht voor de lokale middenstand en economie, maar vraagt ook voldoende werkgelegenheid voor de inwoners.   
Een job en een inkomen hebben, zorgt er immers voor dat de leefkwaliteit van de Aarschottenaars en Aarschot verhoogt. Een economisch gezonde gemeente of stad bewerkstelligen doet CD&V door:

Lokale ondernemers te versterken.
Door een efficiënte dienstverlening o.a. via het ondernemingsloket, eenvoudige, eenduidige reglementeringen en rechtvaardige belastingen wordt Aarschot bedrijfsvriendelijker.

Het ondernemingsloket blijft het aanspreekpunt voor lokale ondernemers en zelfstandigen waar zij terecht kunnen voor allerlei informatie en noodzakelijke documenten om een zaak te starten (informatie die nodig is voor de algemene ondersteuning van deze ondernemers alsook info m.b.t. subsidies).  Daarnaast willen wij in Aarschot voldoende ruimte om te ondernemen, bij voorkeur op aangepaste bedrijfsterreinen.

Een bloeiende lokale middenstand zorgt bovendien voor leefbare en aangename woonkernen.   Bijzondere aandacht verdient ook het permanent overleg tussen gemeente en middenstand/ondernemers.  Dit gebeurt in de middenstandsraad waar vertegenwoordigers van de middenstandsverenigingen (HAVA, VHA, Bonewijkcomité, Horeca, Unizo, marktkramers, foorreizigers, land- en tuinbouwers, …) permanent overleg kunnen plegen met het stadsbestuur en adviseren inzake ondernemen en handel drijven.  Als CD&V willen wij ondersteuning bieden aan handelaars en ondernemers zodat ze investeren in Aarschot. Dat zorgt voor een aantrekkelijke stad, waar het goed is om te winkelen én te wonen.

Goed draaiende handelszaken en bloeiende bedrijven creëren ‘werk in eigen streek’ met minder files en een beter milieu tot gevolg.  Wij pleiten voor het behoud en de uitbreiding van industrieterreinen en zones voor kmo’s in overleg met de plaatselijke bewoners.  CD&V wenst het stadscentrum te ontwikkelen waarbij er gezocht wordt naar een gezonde mix tussen lokale middenstanders en ketens.

Een ondersteunend en flankerend beleid voor land- en tuinbouw
In Aarschot wil CD&V meewerken aan een duurzaam land- en tuinbouwbeleid.  Om een dynamisch plattelandsbeleid te hebben moet er voldoende inspraak van de lokale land- en tuinbouwers zijn in het beleid.  Correcte informatie en een duidelijk aanspreekpunt binnen onze gemeente zijn hiervoor belangrijk.

Samen met de provincie willen wij de lokale streekproducten en onze land- en tuinbouw promoten om het positieve imago van de sector bevorderen.

 

C. Een dynamisch ouderenbeleid
De groep van ouderen groeit gestaag.   Een dynamisch ouderenbeleid in Aarschot zorgt er mee voor dat onze ouderen actief blijven in hun lokale gemeenschap.  Actieve ouderen zijn daarbij onmiskenbaar een meerwaarde en daarom zetten wij als CD&V ook op deze doelgroep duidelijk in.

De vele initiatieven voor en door ouderen, die vaak steunen op vrijwilligerswerk, moeten gewaardeerd en ondersteund worden.  Dit geldt in het bijzonder voor  initiatieven die ouderen uit een isolement halen of hen ertoe aanzetten ook fysiek actief te blijven.  In Aarschot zetten we actief in op het ontmoeten en samenbrengen van mensen.

Een dynamisch ouderenbeleid moet tot stand komen in samenspraak met de ouderen.  Voor de CD&V zijn de participatie en betrokkenheid van ouderen erg belangrijk.  De ouderenadviesraad houdt de vinger aan de pols.

"Wij in de lokale samenleving"

Wij willen  een ouderenzorgbeleid, met aandacht voor een kwaliteitsvol woonbeleid,  mobiliteit, veiligheid, welzijnsbeleid enz . De gemeente moet dit maximaal ondersteunen. Het ouderenzorgbeleid moet afgestemd  zijn op maat van de zorgbehoevende.    Informatie en communicatie zijn essentieel.

Alleen door respect voor elkaar en solidariteit tussen opeenvolgende generaties is verbetering mogelijk.  Het lokaal ouderenbehoefte-onderzoek schetst aandachtspunten en verbeterpunten waar we maximaal aan tegemoet moeten komen, rekening houdend met de middelen en mogelijkheden als lokaal bestuur.

Jaarlijks peilt ook het OCMW in een  tevredenheidsonderzoek in de thuisdiensten naar zwaktes en noden in de samenleving.  Zo schept de toenemende vergrijzing kansen maar brengt ze ook uitdagingen mee.  We moeten randvoorwaarden creëren om mensen te helpen hun eigen leven in handen te houden en de zelfredzaamheid te ondersteunen.

 D. Sport dicht bij huis – iedereen in beweging
Onder het motto “Blijvend in beweging” willen we het levenslang sporten als één van de beleidsdoelstellingen naar voren schuiven.  De sport en sportbeleving alsook de globale vrijetijdsbesteding zijn blijvend in beweging.  Verenigingen zien zich geconfronteerd met een veranderende vraag. De diversiteit in het aanbod neemt verder toe en anders- en niet-georganiseerde (sport)activiteiten genieten een grote(re) belangstelling dan vroeger. Bovendien bruist Aarschot van verenigingen die dichtbij huis in kwaliteitsvolle omstandigheden aan sport willen doen.

 De verander(en)de manier van sport- en vrijetijdsbeleving moet optimaal afgestemd  worden op alle betrokken partijen om zo tot een modern sportbeleid te komen.  Dit sportbeleid zal rekening moeten houden met:

  • een vernieuwd en vernieuwend gediversifieerd sportaanbod;
  • een goed vrijwilligersbeleid bij sportverenigingen;
  • Vandaag worden deze geconfronteerd met enkele knelpunten zoals een tekort aan vrijwilligers, toenemende regelgeving, afnemende subsidies, dalende sponsorbedragen en een veranderende sportvraag (verschuiving naar meer individuele sportbeoefening).
  • goede opleidingen voor de bestuursleden en een uitgebouwd sporttechnisch kader;Hier kan bv. de oprichting van een ‘sportloket’ helpen bij de ondersteuning van de sportclubs d.m.v. cursussen, opleidingen, promotie, contacten met sportliga’s, ...
  • de integratie van specifieke groepen;
  • Meer aandacht schenken aan groepen die achterblijven in de sport, zoals ouderen, personen met een beperkte mobiliteit (zowel fysiek als mentaal), allochtonen en (maatschappelijk kwetsbare) jongeren.  Een verdere diversificatie en aanmoediging van sportverenigingen is noodzakelijk. Nieuwe sporten en nieuwe sportclubs moeten voldoende ondersteuning krijgen.
  • degelijke communicatie, administratieve ondersteuning, regelmatige overlegmomenten en relevante bijscholingen kunnen verenigingen tot een hoger niveau brengen.
  • sport als bijdrage in het oplossen van sociaal-maatschappelijke problemen;
  • het ondersteunen van activiteiten die gericht zijn op het in beweging krijgen van de inwoners van Aarschot. Daarbij wordt tevens aandacht besteed aan het beperken van het aantal sportblessures door kwaliteitsverbetering van de sport.

Een goed sportbeleid wordt bepaald in overleg met de lokale actoren.  Een evenwichtig samengestelde sportraad zorgt daarbij voor de nodige inspraak en participatie van de sporters en sportclubs.  Voor de stad Aarschot is het van belang dat het aanbod aan sportvoorzieningen goed aansluit op de wensen en behoeften van haar inwoners. Hiervoor is een goede werking van de sportraad onontbeerlijk.  Deze wordt best zo breed en objectief mogelijk samengesteld vanuit diverse groeperingen.

Wij moeten zorgen voor een gediversifieerd sportaanbod afhankelijk van de verschillende leeftijdscategorieën. Ouderen blijven vandaag langer actief, waardoor het relatieve aandeel van de ouderen in de sportparticipatie zal toenemen.  Dit betreft doorgaans sporten die tot op hogere leeftijd kunnen beoefend worden waarbij het plezier, het bewegen en de sociale contacten centraal staan (vb. petanque).  De tijdstippen waarop deze doelgroep sport beoefent, varieert ook sterk t.o.v. de jongeren.

Een degelijk en toekomstgericht sportbeleid zorgt ook voor een goede samenwerking met andere betrokken spelers zoals de onderwijsinstellingen.

 Daarom dienen de noden – zowel van de Aarschotse sporters als van de Aarschotse  studenten – en het sportaanbod maximaal op elkaar afgestemd te worden.  In een scholenstad zoals Aarschot moet er absoluut rekening gehouden worden met deze doelgroep.  Sport tot een levensstijl maken, dat begint op school.

Het sportstimuleringsbeleid is gericht op alle inwoners van de Aarschotse samenleving.  Hiertoe zal de stedelijke sportdienst - in samenwerking met de lokale sportclubs en scholen - gangmaker moeten zijn van kleinere en grotere sportevenementen om het aanbod kenbaar te maken en om zoveel mogelijk Aarschotse inwoners aan het bewegen te krijgen.  Hun leven lang.

Het belang van sport en bewegen voor de gezondheid, sociale contacten en zinvolle invulling van de vrije tijd is bekend.  Maar ook over de waarde die sport in breder verband kan hebben voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Aarschot als centrumstad, bestaat geen twijfel.  Sport en sportactiviteiten kunnen daarom ook de motor zijn om andere beleidsdoelen te bereiken, zoals het promoten van de stad en het inzetten van sport voor maatschappelijke doeleinden.

 Naast een voldoende gevarieerd sportaanbod blijft de stad verantwoordelijk voor een voldoende ruim, gediversifieerd en aangepast aanbod aan sportinfrastructuur.  Zij zal tevens instaan voor het in stand houden en onderhouden van deze infrastructuur.  De stedelijke sportdienst moet instaan voor een goede organisatie van het gebruik ervan.  Het effectief en efficiënt benutten van de sportaccommodatie moet ervoor zorgen dat we met de bestaande middelen meer kunnen doen. Polyvalente zalen, het gebruik van andere infrastructuur (bvb.: parochiecentrum in Rillaar) voor bewegingsactiviteiten van pakweg senioren, en een verregaande samenwerking met andere lokale actoren creëren mogelijkheden tot efficiënt gebruik. We moeten een goede mix vinden tussen het behartigen van de belangen van de grotere clubs enerzijds en de individuele sporters en minder gekende en startende soorten van sportbeoefening en clubs anderzijds.

De aangeboden sportinfrastructuur moet voldoende toegankelijk en bereikbaar  zijn.  Het is onmogelijk om in elke deelgemeente dezelfde uitgebreide sportinfrastructuur te voorzien.  In de mate van het mogelijke wordt wel een minimuminfrastructuur voorzien in elke deelgemeente. Naar nieuwe sportinfrastructuur denken wij concreet aan de uitbouw van de Laaksite, waarvoor de opmaak van het RUP inmiddels is opgestart. Ook in de deelgemeenten wordt er verder gewerkt aan de uitbouw van de  bestaande infrastructuur (Rillaar, Langdorp, Wolfsdonk, Gelrode…). Het pas opgestarte RUP van de sportsite in Rillaar wordt verder uitgewerkt en gestalte gegeven.

Een gezonde gemeente heeft nood aan gezonde inwoners.  Daarom moet de stad Aarschot initiatieven ondersteunen om mensen in beweging te krijgen en te houden. Van kleuters tot senioren, van recreatie tot competitie,…  Sport op maat van iedereen.  Dat moet kunnen in Aarschot!

 E. Een bruisend en gevarieerd cultuuraanbod op maat
Een goed uitgebouwd cultureel beleid is een noodzaak voor elke gemeente. De kwaliteit van een samenleving wordt immers sterk bepaald door haar culturele leven. Een bloeiende culturele samenleving is een levendige samenleving.  Of het nu gaat over kunst, erfgoed of sociaal-cultureel werk, cultuur in al haar facetten draagt bij tot een gezonde samenleving. Cultuur doet nadenken over een samenleving, verwoordt of verbeeldt wat er in een samenleving leeft, hoe een samenleving in elkaar zit en waar een samenleving naartoe wil.

Onder impuls van CD&V legde  Aarschot de fundamenten voor haar cultureel beleid het voorbije decennium.  Een aantal belangrijke stappen werd gezet. Infrastructureel kregen zowel cultuurcentrum Het Gasthuis, de Stedelijke Bibliotheek als het Stedelijk Museum een nieuwe, beter uitgebouwde locatie toegewezen. Maar ook inhoudelijk werd een aantal beleidslijnen uitgetekend die ervoor zorgden dat onze culturele instellingen doorheen de jaren een goede naam en een trouw cliënteel opbouwden.

Vermarkting en commercialisering zullen belangrijker worden, maar dit mag niet ten koste gaan van kwaliteit. Het serveren van een kwaliteitsvol programma moet onze voornaamste bezorgdheid blijven. Of het nu gaat over de programmatie van het cultuurcentrum, het aankoopbeleid van de bibliotheekcollectie, het evenementenbeleid of het tentoonstellingsaanbod, Aarschot moet uitpakken met een uniek, creatief en divers cultureel programma.

We zijn er ons van bewust dat de verdere uitbouw van het cultureel beleid van onze stad gepaard zal gaan met enkele belangrijke uitdagingen.

CC Het Gasthuis, hét culturele uithangbord van onze stad, groeide uit tot een laagdrempelige ontmoetingsruimte voor al wie in onze stad geïnteresseerd is in cultuur.

De gemoedelijke sfeer, een democratische prijzenpolitiek en een diverse programmatie zorgden ervoor dat cultuurliefhebbers van binnen, maar ook van buiten onze stadsgrenzen, gemakkelijk de weg naar het cultuurcentrum vonden. Het blijft een uitdaging deze mensen naar Aarschot te lokken. Aarschot moet haar positie als regionale cultuurspeler behouden en zelfs nog beter uitspelen!

Onder impuls van het decreet Lokaal Cultuurbeleid werkte Aarschot tot slot een geïntegreerd lokaal cultuurbeleidsplan uit, waarin onder meer ruime aandacht wordt geschonken aan de integratie van de verschillende culturele partners, aan het verenigingsleven en aan een beginnend evenementenbeleid.

Een aantal zaken zal geconsolideerd moeten worden, een aantal verder uitgebouwd, nog andere quasi vanaf nul opgestart.

De centralisering van de belangrijkste culturele instellingen op één site, de culturele site, vormt een uniek gegeven.  De komende jaren is het onze taak de integratie hiervan verder uit te diepen. We moeten het trouwe publiek van het cultuurcentrum  zover brengen dat het ook eens in de bibliotheek of in het museum een kijkje gaat nemen en vice versa.

De voorbije legislatuur werd hieraan reeds enige aandacht besteed, o.a.  door elkaars programma aan te kondigen en door gezamenlijke activiteiten uit te werken. De volgende legislatuur willen we deze integratie van de culturele site verder uitwerken. Idealiter zou dit in een doorgedreven vorm moeten resulteren tot  wat men een “cultuurbedrijf” zou kunnen noemen.

F. Verdere digitalisering  van het culturele aanbod
Ook de Stedelijke Bibliotheek liet met haar open karakter en uitgebreid boekenaanbod meer dan behoorlijke resultaten optekenen. Jaarlijks krijgt de bibliotheek duizenden trouwe bezoekers over de vloer.

Het Stedelijk Museum bouwde doorheen de jaren een erfgoedcollectie op die een mooi overzicht biedt van onze plaatselijke geschiedenis. De aanwezigheid van de toeristische dienst onder hetzelfde dak zorgde mee voor een verdere ontsluiting hiervan.

Digitalisering wordt hierbij steeds belangrijker. Steeds meer communicatie verloopt via het web. De voorbije legislatuur nam de stedelijke bibliotheek een voortrekkersrol op zich door haar website aan te passen. Bezoekers vinden er o.a. een online-catalogus en de mogelijkheid online boeken te verlengen. Dit zijn maatregelen die de klant duidelijk ten goede komen.

Toerisme Aarschot zette de voorbije jaren eveneens met succes in op een nieuwe website en een nieuwe look. In de volgende legislatuur wil ook CC Het Gasthuis werk maken van een nieuwe en verbeterde website. Onder meer online-ticketing zal hierbij een belangrijke plaats innemen. Het Stedelijk Museum wil haar collectie dan weer ontsluiten via de website van Erfgoedplus.

G. Veiligheid verzekeren
Veiligheid is een fundamenteel recht voor elke mens.  Het nastreven ervan is een taak voor de overheid en is een zaak van iedereen. Veiligheid wordt door iedereen anders beleefd. Deze beleving heeft te maken met de sociale betrokkenheid en de tolerantie van ieder individu. Daarom moeten we bij het uittekenen van het veiligheidsbeleid met deze verschillende facetten rekening houden. Niet alleen de zuivere criminaliteitsgegevens spelen hier maar op zijn minst even belangrijk is het subjectieve aanvoelen ervan door iedere bewoner van onze stad.


De veiligheid van een samenleving hangt ook samen met de sociale verantwoordelijkheidszin van de burgers. Als CD&V willen wij de veiligheidsproblemen aanpakken met een doortastend en geïntegreerd veiligheidsbeleid. Wij willen een veiligheidsbeleid dat vertrekt vanuit de verzuchtingen van de burger en dat – eenmaal bepaald – door onze hele gemeenschap gedragen wordt. Ook alle diensten van onze stad moeten hierbij hun steentje bijdragen. Daarnaast accentueert een goed  veiligheidsbeleid de verantwoordelijkheid van de mens in zijn gemeenschap en zoekt het een evenwicht tussen rechten en plichten van ieder van ons.

Een alert en kordaat veiligheidsbeleid, dat ook ontradend en preventief werkt
Verkeersveiligheid en overlast (zwerfvuil, hondenpoep, sluikstorten, …) komen steevast als de belangrijkste buurtproblemen naar voor bij verschillende bevolkingsbevragingen.

Verkeersveiligheid ervaren wij dagelijks aan den lijve. De dagelijkse stroom autovoertuigen lijkt niet te stoppen. De bescherming van de zwakke weggebruiker is een noodzaak. In de eerste plaats streven wij ernaar onze wegen veilig te maken.Dit streven moet samen met een preventieve en sensibiliserende aanpak leiden tot een veiliger verkeersomgeving. Repressief optreden zal zeker noodzakelijk blijven om hardleerse weggebruikers tot andere gedachten te brengen. Het gebruik van moderne technologieën, zoals camera’s en computergestuurde programma’s, moeten we hier zeker in overweging nemen.

Overlast wordt als erg hinderlijk beschouwd. Overtredingen mogen niet onbestraft blijven.  Ze vragen een kordaat optreden en een hardere bestraffing. Het verleden heeft aangetoond dat sensibiliseren alleen te weinig effect heeft. Een duidelijke aanpak op basis van de gemeentelijke administratieve sancties dringt zich op. Gemeenschapswachten en politie moeten hieraan meer aandacht besteden.

Onze jongeren moeten op een veilige manier kunnen uitgaan. Zo moeten we in samenspraak met de jeugdraad en andere actoren de hinder aanpakken die er vandaag bestaat en die soms als "normaal" wordt bestempeld.  We denken hier aan de kleine vechtpartijen bij fuiven en andere hinder.  We moeten ervoor zorgen dat onze jongeren in Aarschot op een veilige manier kunnen uitgaan met minimale hinder voor de omwonenden. We gingen hier al eerder op in toen we het hadden over jeugdbeleid.

Verder moet het algemene veiligheidsbeleid gebaseerd zijn op een ketengerichte aanpak, waarbij iedere schakel zijn bijdrage levert. Bij deze aanpak moeten de politici een beleid uitstippelen dat gestoeld is op de verzuchtingen van de bewoners en de slachtoffers.  De verschillende diensten moeten dit beleid, waarin sensibileren en preventie een belangrijke rol spelen,  mee uitdragen. Onze politiediensten moeten op hun beurt  sanctionerend optreden indien hiertoe de noodzaak bestaat. Het is immers van belang dat de schuldigen voor hun inbreuken beboet worden. Deze ketengerichte aanpak leidt uiteindelijk tot een veiligheidsbeleid dat gebaseerd is op het sociale engagement van onze inwoners, waarbij eveneens ruimte is om sanctionerend op te treden ten opzichte van storende inbreuken. Vele kleinere initiatieven kunnen zo tot minder criminaliteit leiden. Voorkomen is nog steeds beter dan genezen.

Daarnaast moeten we sociale controle en overleg met buurten en wijkcomités stimuleren. Een versterkte band tussen mensen in een buurt zorgt immers voor veilige en aangename buurten en een grotere sociale cohesie. Buurt Informatie Netwerken, Buurt Observatie Akties of buurtbemiddelaars kunnen daar eveneens toe bijdragen en moeten door onze stad en onze politie ondersteund worden.

Tot slot dragen de ruimtelijke ordening en de inplanting en verlichting van pleintjes, ontmoetingsplaatsen, straten, voet- en fietspaden ook bij tot een hoger veiligheidsgevoel.

De wijkagent als eerste aanspreekpunt
CD&V wil de wijkagent meer in het straatbeeld zien verschijnen.  Hij is immers de uitgelezen vertrouwenspersoon in de buurt.  CD&V meent dat deze herwaardering van de wijkinspecteur in de eerste plaats begint door zijn of haar belang in het lokale veiligheidsbeleid te benadrukken.  De wijkagent is ook de meest geschikte persoon om te sensibiliseren en te informeren. Een herwaardering van de wijkwerking is daarom belangrijk.

Een goede dienstverlening door de brandweer is een noodzaak
De brandweer heeft meer taken dan enkel het blussen van branden.  De hulpverlening bij ongevallen en allerhande dienstverlening (zoals de bestrijding van wespennesten) maken eveneens een belangrijk onderdeel van het takenpakket uit.

Als stad moeten wij erop toezien dat onze brandweer deze dienstverlening optimaal levert en in het bijzonder bij dringende interventies (brand en ongevallen) zo snel en efficiënt mogelijk kan werken.  

Momenteel zijn er bijna evenveel brandweerkorpsen in België als er gemeenten zijn voor het organiseren van dit soort diensten, namelijk 250 (zoals voorzien door de wet van 31/12/1963). De wet van 15/05/2007 op de civiele bescherming hervormt de civiele veiligheid en heeft onder meer als doelstellingen:

  • een nieuwe juridische entiteit te creëren, nl. de zone die verantwoordelijk zal zijn voor de organisatie van de hulpposten op haar grondgebied. De 250 brandweerdiensten van vandaag zullen werken als 34 hulpverleningszones met als uiteindelijk doel het bundelen en rationaliseren van de middelen.
  • versterking van de veiligheid van onze burgers door middel van de uitvoering van het principe van de snelste adequate hulp, iets dat door onze brandweerdienst al meer dan een jaar wordt toegepast. Dit betekent dat, in tegenstelling tot vroeger, de brandweerdienst die het snelst ter plaatse kan zijn, naar de plaats van de brand of het ongeval wordt gestuurd, met belangrijke tijdswinst tot gevolg.

Door de samenwerking met andere gemeenten in de opgerichte pré-zones heeft elke gemeente nu meer mogelijkheden tot inspraak in bv. het infrastructuur- en personeelsbeleid. CD&V pleit ervoor hier optimaal gebruik van te maken en tevens toe te zien op de financiële gevolgen van de voorgenomen beslissingen.

CD&V pleit ook voor de verlenging van de pensioenleeftijd voor vrijwilligers, indien zij dat wensen. Momenteel moeten vrijwillige brandweerlieden verplicht op 60-jarige leeftijd stoppen. Momenteel is er een KB in ontwerp dat voorstelt om, onder bepaalde voorwaarden, die leeftijdsgrens op te trekken tot 65 jaar.

 

Verbinden & Ontmoeten

Aarschot moet alle kansen geven om te verbinden en te  ontmoeten.

Aarschot moet een plaats zijn waar men “thuis” kan zijn, een stad die kansen geeft om verantwoordelijkheden op te nemen en waarop je kan rekenen bij tegenslag. Naast een gezin en familie, kan ook je lokale buurt of vereniging zo een “thuis” zijn. Samen wonen en actief zijn in Aarschot verbindt mensen met elkaar en de gemeenschap waarin ze leven.

Om dit mogelijk te maken is het belangrijk dat mensen elkaar kunnen ontmoeten in Aarschot.

A. In een gemeente wonen schept een band en kansen tot ontmoeting
Dat wonen in eenzelfde gemeente een band tussen mensen creëert, hoeft geen betoog.  Daarenboven maakt wonen in eenzelfde gemeente het ook gemakkelijker om elkaar, als gemeentegenoten, te ontmoeten. Om de inwoners van Aarschot te helpen in hun zoektocht naar een woning of bouwgrond werd er reeds door de huidige legislatuur actie genomen.

Woonproject H-AAR-SCHERP
Aarschot en Scherpenheuvel-Zichem beslisten in 2010 om samen te werken rond een lokaal woonbeleid en richtten daartoe de interlokale vereniging H-Aar-Scherp op.   IGO (InterGemeentelijk Opbouwwerk Leuven) treedt hierbij op als projectuitvoerder en maakt deel uit van de interlokale vereniging.   Het project kwam tot stad dankzij Vlaamse, provinciale en stedelijke middelen en ging van start op 1 januari 2011.

De doelstellingen van het woonproject zijn:

  • de ontwikkeling van een gemeentelijke beleidsvisie op vlak van wonen;
  • het organiseren van woonoverleg;
  • het aanbieden van gestructureerde basisinformatie aan de inwoners van Aarschot en Scherpenheuvel-Zichem via de uitbouw van een woonloket;
  • het aanbieden van sociaal en technisch advies op vlak van wonen enerzijds en het aanbieden van begeleiding op maat in het kader van huisvesting anderzijds;
  • het nemen van initiatieven die duurzaam, ecologisch en energiebewust wonen ondersteunen.

Een belangrijk onderdeel van het woonproject is het oprichten van een woonloket. Het woonloket verleent gratis advies en informatie aan huurders, verhuurders en eigenaars van woningen over:

  • premies en fiscale voordelen over (ver)bouwen, (ver)kopen en (ver)huren;
  • duurzaam, ecologisch en energiebewust wonen;
  • levenslang en aanpasbaar wonen;kwaliteit en veiligheid van woningen;
  • betaalbaar wonen;
  • sociaal huren, sociaal kopen en sociaal lenen.

CD&V wil dit project blijven ondersteunen en als het kan zelfs nog uitbouwen.

Voldoende betaalbare huisvesting
CD&V wil dat iedereen toegang krijgt tot een betaalbare en kwaliteitsvolle woning. Daartoe moet er een voldoende aanbod aan betaalbare woningen en bouwgrond zijn.  CD&V wil dit onder meer via het aansnijden van een aantal woonuitbreidingsgebieden (Poortvelden, Nonnenlanden…) en binnengebieden (Ourodenberg, Gelrode, Langdorp, Rillaar…) stimuleren en zodoende speculatie en het verstoren van de markt bestrijden.  

CD&V wil het aanbod aan betaalbare woningen stimuleren,  onder meer door het ontwikkelen van de woonuitbreidingsgebieden Poortvelden en Nonnenlanden.  CD&V wil dat er hier vanaf 2013 meer dan 200 betaalbare woningen op de markt gebracht worden.  Een belangrijke doelgroep zijn hier onze jonge Aarschotse gezinnen.

Ook ten aanzien van leegstand en verkrotting willen wij de nodige initiatieven nemen.

Sociaal wonen binnen de gemeente.
Elke gemeente heeft nood aan een verantwoord aanbod aan sociale huur- en koopwoningen en sociale kavels.  In samenwerking met de sociale huisvestingsmaatschappij van Aarschot kan de stad voor dit aanbod instaan. Het is voor CD&V Aarschot belangrijk dat er op die manier een goede mix ontstaat tussen sociale huur- en koopwoningen, naast de particuliere woningen.

Poortvelden en Nonnenlanden
Het stadsbestuur zal 42 sociale woningen realiseren binnen het projectgebied Poortvelden door middel van de publiek-private samenwerking.  In de PPS-overeenkomst werd vastgelegd dat de partner Huize Eigen Haard 24 sociale woningen voor personen met een handicap zal realiseren, terwijl de partner vzw De Vrucht 18 sociale serviceflats zal realiseren. Ook het woonuitbreidingsgebied Nonnenlanden, tussen Langdorpsesteenweg en Gijmelsteenweg zal ontwikkeld worden door middel van een publiek-private samenwerking. Binnen het projectgebied zullen 20% van de woningen aangeboden worden als sociale woningen.

Verder maakt de stad samen met de provincie werk van het realiseren van 52 sociale woningen om de gezinnen die in zonevreemde weekendverblijven of campings wonen, een kwaliteitsvolle woning aan te bieden.

Sociale Huisvestingsmaatschappij Aarschot
In het verleden heeft de stad haar gebouwen en gronden verkocht aan de sociale bouwmaatschappij om het patrimonium aan sociale woningen uit te breiden. Denken we hierbij maar aan het project in Wolfsdonk, het voormalig gemeentehuis in Langdorp en de gronden en woningen in De Gracht.  Dit beleid willen wij als CD&V verder zetten.  Daarvoor is een inventaris gemaakt van de resterende gronden van de stad die kunnen ontwikkeld worden door de sociale huisvestingsmaatschappij. Deze gronden kunnen dan overgedragen worden aan de sociale huisvestingsmaatschappij.  Op basis hiervan kan de sociale huisvestingsmaatschappij aan de slag voor het realiseren van de sociale woningen.

Op basis van deze acties en de sociale woningen die gecreëerd worden door het opleggen van een sociale last van 20% in grotere private ontwikkelingen, willen wij als CD&V dat Aarschot slaagt in de realisatie van 104 sociale koopwoningen, 206 sociale huurwoningen en 5 sociale kavels tegen 2020, zoals vooropgesteld in het sociaal objectief.

Onthaal van nieuwe inwoners
Wanneer nieuwe inwoners in Aarschot aankomen, is het belangrijk dat zij zich welkom weten en zich snel “thuis” voelen.  Als CD&V willen wij de kennismaking van deze nieuwe inwoners met de buurt en onze gemeente faciliteren.

 

B) Lokale kinderopvang en onderwijs zorgen voor verbondenheid van jongs af aan


Kinderopvang
Kinderopvang en onderwijs zorgen er niet enkel voor dat de kinderen elkaar ontmoeten en leren kennen.  Ze leren de jonge inwoners van onze stad of gemeente tevens kennis en vaardigheden aan en leren hen ook samenleven. Daarenboven zijn zij een ontmoetingsplaats voor vele mensen.

 Als CD&V willen wij dat er in Aarschot voldoende kwaliteitsvolle en betaalbare kinderopvang beschikbaar is, ook in de deelgemeenten. Het is één van de grootste troeven voor de bewoners van Aarschot en dat moet ook kunnen in de volgende periode. De goed uitgebouwde dagopvang en buitenschoolse opvang moet behouden blijven.

Onderwijs
Aarschot telt meer dan 8.000 leerlingen, elke dag.  Samen met de leerkrachten zijn zij in Aarschot een zeer belangrijke factor op sociaal, cultureel en economisch vlak.

Geregelde contacten en overleg tussen de verschillende netten en het stadsbestuur maken een goede samenwerking mogelijk. Deze contacten leiden tot besparingen en efficiëntie, bijvoorbeeld door het gezamenlijk gebruik van lokalen voor sport en avondonderwijs.  Dit kan voor elke school zonder aan de eigen opdrachten en doelstellingen tekort te doen en het eigen aangeboden onderwijs te benadelen.

Stedelijk onderwijs
Het stedelijk onderwijs in Aarschot is sterk uitgebouwd.  In de voorbije legislatuur heeft CD&V vorm gegeven aan de fusie van de twee gemeentelijke basisscholen te Rillaar tot de gemeentelijke basisschool “Knipoog”.  In 2012 werden de nieuwe gebouwen in gebruik genomen.

Omwille van een gebrek aan een degelijke opleiding voor een aantal knelpuntberoepen als plaatslager, installateur centrale verwarming, schrijnwerker, elektricien, bakker, zorgkundige, schoonheidsspecialist(e), hotel- en horecamedewerker, werden destijds SIBA en SIMA opgericht.  Deze opleidingen  leiden tot jongeren die gewapend zijn voor de toekomst inzake arbeidsmogelijkheden.

Een grote behoefte voor kinderen met leermoeilijkheden in de streek wordt ingevuld met de uitbouw van het buitengewoon lager (BLO-Elzenhof) en secundair (BUSO – De Brug) onderwijs en is momenteel toonaangevend in dit aanbod van onderwijs.
Daarnaast kan je in Aarschot ook terecht voor de Hagelandse Academie voor Beeldende Kunst en de Hagelandse Academie voor Muziek en Woord. Dit potentieel mag niet verloren gaan en moet in samenwerking met de andere onderwijsnetten van Aarschot verder worden uitgebouwd om aan de enorme vraag en het tekort aan vakmensen in onze regio te blijven voldoen.

Ook aan de vraag om leerlingen met leermoeilijkheden op te vangen kunnen de stedelijke scholen BLO en BUSO met hun expertise een antwoord blijven bieden.

C. “Demer” en “Aarschotse Bruine”
De  periode 2014-2020 zal van cruciaal belang zijn voor zowel het Stedelijk Museum als voor Toerisme Aarschot. Beide diensten zullen aan enkele grote veranderingen ondergaan.  Beide zullen een weg inslaan die hun uitzicht de komende tien jaar waarschijnlijk sterk zal bepalen.

CD&V ondersteunt de visie van Toerisme Aarschot om de kaart van het Demerverhaal te trekken. De Demer wordt het centrale thema voor het uitwerken van toeristische producten (wandel-,fiets-,paardrij- en kajaktochten) maar ook voor het uitwerken van samenwerkingsverbanden met naburige gemeenten.

CD&V Aarschot wil ook de overnachtingsmogelijkheden in eigen streek stimuleren (vb. mobilhomeparking, B&B).

CD&V Aarschot ondersteunt de visie van het Stedelijk Museum dat kiest voor een duidelijke beleidslijn. Het Museum wil inzetten op het “Aarschotse Bruine”-verhaal. In 2011 werd via een participatief proces begonnen met een zoektocht naar de smaak van dit oude streekproduct. In een volgende fase zal dit product verder uitgewerkt worden. Een huisbrouwerij zal van start gaan om de Aarschotse Bruine opnieuw te brouwen, weliswaar op kleinschalige wijze. De huidige cafetaria zal omgebouwd worden tot een “bierbelevingscentrum”, waar de evolutie van smaken behandeld wordt.  Door te kiezen voor een duidelijk thema wil CD&V Aarschot het Stedelijk Museum ondersteunen om in aanmerking te komen voor een erkenning van de Vlaamse overheid.

De komende periode wordt er dus één van uitdagingen maar ook van kansen. Duidelijke beleidslijnen en keuzes worden cruciaal. Ieder moet voor zich uitmaken wat van belang is en wat minder.

D. Ondersteuning van verenigingen, want zij verbinden mensen
Onze vele jeugd-, sport- of socio-culturele verenigingen zijn dé ontmoetingsplaats bij uitstek voor vele Aarschottenaren.   Bovendien worden zij vaak draaiende gehouden door een (uitgebreide) groep van vrijwilligers.  Op die wijze brengen deze verenigingen veel mensen bij elkaar en zorgen zij voor een grotere verbondenheid onder onze inwoners. Volgens ons verdienen zij dan ook de volle ondersteuning.

Mogelijke initiatieven:

  • verenigingen die zich bezighouden met wijkwerking meer aandacht en steun geven;
  • de wijkwerker meer betrekken zodat bewoners bij hem met hun vragen en opmerkingen terecht kunnen;
  • goede communicatie met wijkwerking onderhouden;
  • ondersteuning van initiatieven door wijkbewoners (petanque, wijkkrantje, rommelmarkt, ..) die de samenhorigheid en het samenzijn met alle bewoners bevorderen;
  • We zetten de vrijwilliger regelmatig in de bloemetjes, want zijn rol om via de vereningen mensen bij elkaar te brengen is bijzonder kostbaar!


E. Een goed lokaal sociaal beleid verbindt
Niet alle inwoners van een gemeente nemen deel aan het maatschappelijk leven. Vereenzaming plaatst vele mensen in een sociaal isolement.  Ook mensen van vreemde origine hebben het vaak niet gemakkelijk om volop deel te nemen aan de lokale gemeenschap en hier werkelijk een thuis te vinden.  Daarom moet een goed lokaal sociaal beleid er ook op gericht zijn om net die mensen aan de kant mee te nemen. Het lokaal sociaal beleid moet ook voor deze mensen kansen creëren om zich te verbinden met de rest van de gemeenschap.

Jong en oud, arm en rijk, ziek en gezond,  families, buurten en verenigingsleven gaan samen op zoek in verbondenheid en in solidariteit om de toekomst vorm te kunnen geven.

Diverse werkgroepen binnen het lokaal sociaal beleid zijn hierin actief (vb. Arktos, JC De Klinker, Kommaraf, CLB, ziekenzorg, OCMW,…).  In deze werkgroepen wordt de nadruk op participatie gelegd: lokale en regionale partners met ervaringsdeskundigen, specialisten en diverse organisaties bundelen hun krachten.

De eenzaamheid aanpakken.
Allerlei studies tonen aan dat steeds meer mensen in onze lokale gemeenschappen vereenzamen.  Eenzaamheid is de uitdaging van de 21ste eeuw.  Eenzaamheid, ontstaan ten gevolge van sociale of emotionele isolatie, brengt  mensen in een afgezonderde  en gesloten omgeving, met vaak dramatische gevolgen.

We moeten preventief sterker  inzetten om mogelijke vereenzaming tegen te gaan.  We willen creatief zijn in de verdere uitbouw van een sociaal netwerk waarin verschillende actoren nu al initiatieven nemen:  

  • de werkgroep sociale cohesie (buurt- en straatfeesten);
  • het lokaal dienstencentrum (buurtrestaurant);
  • ziekenzorgers en mantelzorgers (bezoeken) ;
  • vrijwilligers (boodschappendienst);
  • OCMW (socio- culturele activiteiten, nieuwjaarsfeest…);
  • de buurtwerker;
  • de werkgroep LOP(Lokaal Overleg Platform Gelijke Onderwijs Kansen);
  • Kommaraf.


Inburgering bespoedigen

Voor mensen van vreemde afkomst die in Aarschot komen wonen, is het niet steeds evident zich snel te integreren. Taal- en culturele problemen zorgen vaak voor een moeilijke communicatie met de andere inwoners.  Het is belangrijk de inburgering van deze nieuwe inwoners te bespoedigen en hen de nodige initiatieven daartoe aan te reiken.  Onze stad moet deze mensen bovendien ook stimuleren om zich in te burgeren.  Alleen zo kan immers een harmonisch samenleven ontstaan.

Inburgering  staat voor het bieden van gelijke kansen. We moeten de diversiteit op verschillende terreinen aanpakken en de drempel voor de betrokken doelgroepen verlagen.  Het OCMW stuurt allochtonen aan om taallessen te volgen en organiseert diverse workshops voor de integratie van kansarmen en zwakkeren.

F. Goede ruimtelijke ordening maakt ontmoetingen mogelijk
Door de aanleg van parkjes, pleintjes, wijkhuizen e.d. en deze van de nodige infrastructuur (bv. banken) te voorzien, nodigt men de lokale gemeenschap uit om buiten te komen, samen te zitten en elkaar te ontmoeten.  Vaak kunnen zij een “centrum” in een buurt of wijk worden waar buurtbarbecues, wijkfeesten e.d. georganiseerd worden.

Als CD&V willen wij ervoor zorgen dat deze ontmoetingsplaatsen en hun omgeving goed toegankelijk zijn en goed onderhouden worden. Goede fiets- en voetpaden en nette straten en pleintjes, ook in onze deelgemeenten, kunnen immers erg uitnodigend zijn voor een buurt.

 De toegankelijkheid bij aanpassingswerken aan de infrastructuur van de stad was deze legislatuur al een belangrijk aandachtspunt voor CD&V.  Er werd steeds een toegankelijkheidsstudie voorzien bij werken aan wegen en gebouwen van onze stad.  

De toegankelijkheid voor personen met een handicap blijft een belangrijk aandachtspunt waarbij de betrokkenheid van de mensen met handicap belangrijk is in de oplossingen die worden gekozen.  

Via de werkgroep toegankelijkheid, waarin ook het toegankelijkheidsbureau zit samen met enkele ervaringsdeskundigen, zullen we blijvend aandacht hebben voor een toegankelijke gemeente.  Nieuwe projecten zullen zoals in het verleden steeds voor advies voorgelegd worden aan deze werkgroep.

Toegankelijkheid is een recht van ieder en een goede toegankelijkheid brengt mensen terug naar een warme samenleving.

G. Stad en inwoners ontmoeten elkaar
Het is erg belangrijk dat in Aarschot de inwoners elkaar ontmoeten en dat zij op die manier ook een duidelijke stem krijgen in het uitstippelen van het beleid.  Een goede communicatie met onze inwoners is dan ook van fundamenteel belang.  Zowel de ambtenaren als de mandatarissen moeten bereikbaar en beschikbaar zijn in een ‘open stadhuis’, waar elkeen welkom is en terecht kan voor vragen, overleg, informatie en voorstellen.

Plannen en projecten worden in alle openheid aan de betrokkenen voorgesteld en met hen besproken.

Een nabije gemeente of stad
Om onze inwoners met hun stad in contact te brengen is het noodzakelijk dat het stadsbestuur dichtbij de inwoners staat. Inwoners mogen geen belemmeringen voelen wanneer zij met vragen of problemen bij hun bestuur aankloppen.

Overleg optimaliseren
In vele beleidsdomeinen spelen verenigingen, vrijwilligers en inwoners van Aarschot een belangrijke rol.  Het stadsbestuur moet de vrijwillige inspanningen van zoveel mensen ten volle waarderen, ook in het vastleggen van het beleid en het nemen van belangrijke beslissingen. Daarom moet het overleg tussen bestuur, verenigingen en inwoners optimaal zijn zodat de inspraak van de betrokkenen zo efficiënt mogelijk verloopt.  

Door inspraak en overleg (via bijvoorbeeld de adviesraden) voelen inwoners en verenigingen zich immers betrokken bij het bestuur van onze stad.

Goede en duidelijke communicatie tussen stad en inwoners
Goede afspraken maken goede vrienden. Dit is enkel mogelijk wanneer er een duidelijke en goede communicatie bestaat tussen de gemeente en haar inwoners. Een goed en efficiënt communicatiebeleid verhoogt de betrokkenheid van onze  inwoners  en kan veel frustraties en onduidelijkheden vermijden.

Aarschot en de nieuwe communicatiemiddelen
Moderne communicatiemiddelen, zoals digitale nieuwsbrieven, websites, e-loketten e.d. nemen een steeds belangrijker plaats in onze samenleving in.

Aarschot moet "up-to-date" blijven en de moderne communicatiemiddelen een belangrijke plaats in haar communicatiebeleid geven.  Een goed toegankelijke, duidelijke en geactualiseerde website, infoborden en gemeentelijk e-loket spreken een steeds grotere groep van inwoners aan, zodat deze, naast de klassieke gemeentelijke communicatiemiddelen (stadsmagazine), zeker de nodige investeringen verdienen.

h. Een internationale band versterkt
Een internationale band versterkt onze stad en verbindt onze inwoners.

Ontwikkelingsprojecten en jumelages moeten zeer concreet en efficiënt zijn en gedragen worden door onze eigen bevolking.

Ontwikkelingssamenwerking
Ontwikkelingssamenwerking is geen taak van het federale of regionale beleidsniveau alleen.  Ook Aarschot kan een belangrijke rol spelen in het sensibiliseren rond een geëngageerd Noord-Zuidbeleid.   De gemeentelijke raad voor ontwikkelingssamenwerking, GROSA, geeft vorm aan het Aarschotse beleid hieromtrent.  

De jaarlijkse wereldmarkt vestigt onze aandacht op allerlei sociale en culturele initiatieven.  De verbondenheid tussen de mensen in Aarschot en met onze medemens in het zuiden staat steeds centraal.

Het Afrika-filmfestival vraagt onze aandacht voor de Afrikaanse filmcultuur.

De CD&V wil van Aarschot een volwaardige FairTrade-gemeente maken.

Jumelages – Europese samenwerking
Een stedenband of jumelage met een stad of gemeente in Europa verhoogt het wederzijds begrip tussen de inwoners omtrent hun levensgewoonten, opinies en cultuur. Jumelages en Europese samenwerking dragen bovendien bij tot de uitstraling van de stad en betekenen ook op het vlak van toerisme een meerwaarde voor Aarschot. Daarnaast kan onze stad een belangrijke rol spelen in het sensibiliseren van onze inwoners voor de Europese Unie en Europese zaken.

Europa participeert ook in Aarschotse projecten.  Om de stationsomgeving opnieuw aantrekkelijk te maken heeft Aarschot, samen met acht andere Vlaamse en Nederlandse steden, de handen in elkaar geslagen om via het Europees Interreg-project ‘Economische structuurversterking stationsomgeving Vlaanderen-Nederland’ de openbare ruimte rondom het station nieuw leven in te blazen.

De heraanleg van het Gilsonplein en van een aantal nabijgelegen straten is daarin een belangrijke schakel.  Hiervoor heeft Aarschot Europese steun ontvangen. Het is immers een buurt met een cruciale impact op wonen, werken en mobiliteit.

I. Een goede mobiliteit haalt mensen uit hun huis en zorgt voor ontmoeting
Vele inwoners willen graag mede-inwoners in hun buurt ontmoeten, maar slagen er niet altijd in zich te verplaatsen.  Daarnaast maakt het drukke verkeer sommige mensen bang om zich meer te verplaatsen dan hoogstnoodzakelijk.

Door een goed en duurzaam mobiliteitsbeleid kan onze  stad erin slagen deze mensen met een gerust hart uit hun huizen te krijgen of te brengen naar ontmoetingsplaatsen.  Vanuit het STOP-principe (voorrang aan Stappers, dan Trappers  en Openbaar vervoer en tot slot Personenwagens) wil CD&V in de eerste plaats dat inwoners zich veilig en comfortabel moeten kunnen verplaatsen, door een goede infrastructuur en een onderbouwd mobiliteitsplan.

Wanneer uiteindelijk voor personenvervoer wordt gekozen, moeten wij in Aarschot de nodige parkeermogelijkheden minstens behouden en bijkomend voorzien waar vandaag ontoereikend. De vele parkeerplaatsen in de Demervallei blijven gratis. Bijkomende parkeerplaatsen moeten volgens CD&V zeker worden gerealiseerd aan de achterkant van het station en op de Geenssite.

Een goede bereikbaarheid van en naar wijken in het centrum en de deelgemeentes moet onze aandacht blijven krijgen.  Wij moeten het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren door ook de belbus voor deze wijken "bruikbaar" te maken of door bushaltes zo kort mogelijk bij deze wijken te promoten. Ook de nachtbussen uit Leuven en het eindejaarsvervoer moeten behouden blijven: het is een veilige manier om onze jongeren naar huis te brengen.

Als CD&V streven wij ernaar om het vervoer voor personen met handicap en voor ouderen te verbeteren.  We pleiten hier voor een optimaal overleg tussen onze stad en De Lijn.

In de wintermaanden moeten onze wegen en voetpaden zo veel mogelijk ijs- en sneeuwvrij gehouden worden, zeker in de woonwijken, in onze dorpskernen en aan de omgeving van onze scholen.

Verzorgen

Aarschot moet een stad zijn die alle kansen geeft om te verzorgen

Aarschot moet kwetsbare mensen, die zorg, hulp en bescherming behoeven, kansen geven om mee te kunnen delen in welvaart en welzijn.  Kinderen hebben recht op opvoeding, bescherming, zorg en participatie.  Ouderen en personen met een handicap moeten omringd en verzorgd kunnen worden, professioneel en door hun eigen kring. 

Als CD&V willen wij daarvoor, in overleg met alle betrokken actoren,  private initiatieven ondersteunen en waar nodig zelf initiatief nemen.

A. Investeren in een gezonde gemeente, met gezonde inwoners
Een gezonde gemeente met gezonde inwoners heeft onmiskenbaar een aantal troeven in handen.  Uiteraard kunnen wij vanuit de stad niet zelf de inwoners gezond maken of houden.

Vanuit ons beleid kunnen we echter wél bijdragen tot een goed preventief gezondheidsbeleid  in overleg met de lokale actoren en gebruikers.

Vanuit CD&V willen wij de Stedelijke Welzijnsraad financieel en administratief blijven ondersteunen in projecten en initiatieven i.v.m. gezondheidszorg:

  • aankoop en opleiding AED (automatische externe defibrillator);
  • dopjesactie;
  • Kom op tegen Kanker;
  • sensibiliseren rond gehoorschade op fuiven en concerten;
  • infoavonden rond orgaandonatie, slaapstoornissen, stoppen met roken,…

Via het “Viasanoproject” willen wij diverse gezondheids- en sensibilisatiecampagnes opzetten, zoals scholenveldloop, monitoren informeren, etc.

B. Aandacht voor jonge mensen die meer zorg nodig hebben
Reeds van jongsaf hebben sommige jongeren meer aandacht en zorg nodig dan anderen. Als stad willen wij de zorg voor deze jonge mensen stimuleren en in overleg met alle betrokken actoren faciliteren.  Private initiatieven en verenigingen of vrijwilligers verdienen daarbij de nodige ondersteuning. Via het lokaal overlegplatform Sociaal Beleid, cluster jeugd, nemen we initiatieven voor kwetsbare jongeren (vb. Gimme a break, inclusiewerking in de jeugdverenigingen en Grabbelpas/Vakantieclub,…)

C. Een sociaal beleid op maat van de zorgbehoevende gesneden
Een lokaal sociaal beleid zorgt voor een warme gemeente en is gericht op een maximale toegankelijkheid van de dienstverlening voor elke burger en een optimaal bereik van de beoogde doelgroepen. Zo een sociaal beleid vereist maatwerk ten aanzien van de noden van elke lokale zorgbehoevende.  Wij willen dat het lokaal sociaal beleid op maat van de zorgbehoevende gesneden wordt. Om dat doel te bereiken moet de stad in overleg treden met de betrokkenen en een coördinerende rol spelen.  Onze stad moet hierbij bestaande of nieuwe initiatieven ondersteunen en bij gebrek aan vrij initiatief, zelf de nodige initiatieven nemen.

Iedereen mee  
Naast de professionele zorg neemt ook de informele zorg bij de groep ouderen sterk toe.  Deze zorg mag  niet enkel gerelateerd worden aan ouderen.  Ook kinderen, jonge moeders, armen,  personen met een beperkte mobiliteit, psychiatrische patiënten hebben nood aan zorg op maat.  Het zoeken naar deze zorgbehoevenden is een bijkomende uitdaging.

Personen met een beperkte mobiliteit
De integratie van personen met een beperkte mobiliteit moet in Aarschot de hoogste prioriteit te hebben. Dit kan verwezenlijkt worden door volgende mogelijke initiatieven:

  • Projecten ondersteunen die zich richten op de hulp aan of zorg voor personen met een beperkte mobiliteit. Met respect voor het lokale, vrije initiatief kan Aarschot een coördinerende rol op zich nemen.
  • Daartoe moeten wij in overleg gaan met verenigingen van of voor personen met een beperkte mobiliteit, vrijwilligers en zorginstellingen.
  • Aarschot moet voldoende initiatieven nemen om de toegankelijkheid van gebouwen, straten e.d. voor personen met een beperkte mobiliteit  te optimaliseren door:
    • de lokalen voor de eigen dienstverlening nog meer toegankelijk te maken voor personen met een beperkte mobiliteit
    • de ter zake geldende normen daaromtrent toe te passen voor nieuwe eigen infrastructuur en in de mate van het mogelijke voor de bestaande
    • aandacht hiervoor te hebben bij de behandeling van bouwaanvragen voor wegenis en dienstverlenende sectoren
    • op de hoogte te blijven van de reglementaire ontwikkelingen ter zake.

Armoede bestrijden
Armoede bestrijden vertrekt vanuit eigen initiatieven in samenwerking met andere organisaties.  We denken hierbij aan het project Lopke,  vzw Kommaraf, De Klinker, vakantie- en kansenpassen, project ‘Gezond en Goedkoop’, vzw Mobiel.

Een aandachtspunt van de hedendaagse zorgverlening moet “Energiearmoede” zijn.  Vaak zijn ouderen en alleenstaanden de slachtoffers.  Maatschappelijk werkers van het OCMW sporen kwetsbare groepen op, begeleiden mensen in hun energieverbruik en het gebruik van budgetmeters.  Zij ondersteunen betrokkenen in budgetbeheer en bieden oplossingen aan tot aflossing van hun schulden.  Ziek maakt arm, armoede maakt ziek.

Medewerkers van de OCMW-thuisdiensten tonen aandacht om verwaarlozing door voedseltekort op te sporen en het gebrek aan medicatie, zorghulpmiddelen en doktersbezoek bij ouderen te detecteren en aan te pakken.

De eerstelijnshulp  bestaat uit mensen in het zorgcircuit: de professionele en medische hulp, de buren, de vrijwilligers, de mantelzorgers en de wijkagent.

Lokale initiatieven ondersteunen
De seniorengids en het digitaal sociaal huis zijn nieuwe bruikbare en nuttige informatiebronnen voor ouderen en zorgbehoevenden.

Bij een chronische of acute zorgbehoefte vindt iedereen hier een contactadres.  De vrijwilligershulp van de ziekenzorgkernen en de erkende mantelzorgpremie  blijven we ondersteunen.  Het lokaal dienstencentrum geeft preventieve gezondheids- en zorgpersoonsgebonden informatie.

Het OCMW biedt onder bepaalde voorwaarden éénmalige of aanvullende financiële steun.  De mindermobielcentrale - een georganiseerde  vervoerdienst  voor zorgvragers - moet beter bekend gemaakt worden en kan eventueel uitgebreid worden.

De volgende ambtstermijn wil CD&V Aarschot verder werk maken van de sociale economie. Via bepaalde domeinen als groenjobs of de streekproductenmarkt willen we kwetsbare personen arbeidskansen bieden. Een goed voorbeeld is ’t Hof, de bakkerszaak en lokale streekproductenwinkel in Langdorp.

D. Ondersteuning van een lokaal woonzorgbeleid
In het LSB (Lokaal Sociaal Beleidsplan) worden impulsen gegeven vanuit de werkgroepen huisvesting en ouderenzorg.  De verzilvering (of forse stijging van de vergrijzing) biedt ons allen hogere levenskansen, maar anderzijds wordt hierdoor ook onze gezondheid zorgwekkender.  CD&V Aarschot vindt dat een lokaal woonzorgbeleid moet focussen op het creëren en verzekeren van zorgcontinuïteit.  Woonzorg staat in functie van de versterking van de zelfredzaamheid en aandacht voor mantelzorg.

Mensen willen zolang mogelijk in hun eigen thuisomgeving blijven wonen. Twee derde van de 80-plussers  zijn nog tamelijk zelfredzaam en doen systematisch een beroep op het aanbod van zorg- en dienstverlening ten huize:

  • gezinszorg
  • poetsdienst
  • warme maaltijden
  • klusjesdienst
  • personenalarmering
  • pedicure- en haartooibons en verwenzorg

Daarnaast wil het lokaal woonzorgbeleid ook inspelen op specifieke woonbehoeften voor ouderen door de eigen woning meer toegankelijk te maken.  Voor bepaalde aanpassingen of verbouwingen worden door de Vlaamse overheid subsidies gegeven.  De medewerker van het wooninfoloket H-aar-Scherp (Sociaal huis) geeft toelichting over de aanvraag, de procedure en de betrokken premie.

Diverse bouwplannen voor serviceflats zijn in de running.  Het OCMW voorziet voor 35 flats van het SIMA-project de mogelijkheid tot dienstverlening van het WZC St. Rochus.  Het bijhorende dienstencentrum (LDC) wil door zijn aanbod aan activiteiten en buurtrestaurant inspelen op sociale netwerking en ontmoeting.  Deze site heeft een huiselijk karakter en wil de veiligheid en de geborgenheid van bewoners waarborgen.

E. Ouderenzorg
De meerderheid van onze ouderen zijn nog dynamische mensen.  Als de graad van zorgbehoevendheid toeneemt, kunnen ze terecht in een divers aanbod van zorgvoorzieningen.  Preventie, ondersteuning en kwaliteit in zorgverlening zijn opeenvolgende actiepunten.

Het verblijf in instellingen kan residentieel of tijdelijk (kortverblijf) zijn.  Het voordeel van deze laatste doelgroep is dat familieleden en mantelzorgers er even tussenuit kunnen. Beschikbaar kortverblijf en de mogelijkheid van nachtzorg kan ook regionaal opgezocht worden via www.kortverblijven.be en www.nachtzorgvlaamsbrabant.be.

De bouwwerken van het OCMW-dagcentrum “De Poort” zijn gestart.  Hier zullen ouderen met een beperkt zorgprofiel kunnen genieten van dagoppas, animatie en activering.  Regelmatige aanwezigheid in het dagcentrum werkt helend en is drempelverlagend.

Dementie wordt omschreven als de ziekte van de 21ste eeuw.  Het OCMW bevestigt deze stijgende tendens in haar opnamedossiers.  Door de toenemende vergrijzing neemt ook het aantal personen met dementieverschijnselen sterk toe.  Het taboe rond dementie en de negatieve beeldvorming hieromtrent in onze samenleving moeten doorbroken worden.  CD&V steunt het OCMW in zijn streven om hiervoor meerdere acties te blijven organiseren.  De aanloop naar een “dementievriendelijke stad” zijn bijvoorbeeld het praatcafé voor dementie, de stickeractie op broodzakken en theatervoorstellingen.  Meer info op www.vergeetdementie.be.

Ook acties rond valpreventie en palliatieve zorgverlening maken deel uit van het zorgbeleid en zijn een aandachtspunt voor elk lokaal bestuur. Een nog te ontwikkelen ‘zorgkruispunt’ heeft tot doel elke individuele aanvraag van een persoon te behandelen en te beantwoorden.

Voorzien

Aarschot moet een stad zijn die alle kansen geeft om te voorzien

In Aarschot kunnen we er niet voor zorgen dat ineens het massale wereldwijde verbruik van grondstoffen en energie een halt toegeroepen wordt. Maar wanneer iedereen zo redeneert, zal er nooit iets veranderen.  In de actieve kansensamenleving waar CD&V voor kiest, moet iedereen zijn verantwoordelijkheid opnemen, niet alleen in de huidige maatschappij, maar ook ten aanzien van de komende generaties.

Ook het lokale beleid in Aarschot moet mee de komende generaties veilig stellen en voorkomen dat het leven van mens, plant en dier in het gedrang komt.  Dit vraagt ook vandaag de nodige initiatieven die voor een duurzame samenleving en toekomst zorgen.

a. Investeren in onze toekomst : kinderen en jongeren
Voor een warme en leefbare samenleving moeten we niet enkel investeren in wegen, patrimonium, leefmilieu e.d.   Om de toekomst werkelijk te verzekeren moeten we ook in menselijk kapitaal investeren.

Omdat CD&V de actieve kansenmaatschappij, de warme samenleving ook in de toekomst wil bestendigen, moet Aarschot investeren in kinderen en jongeren door in te zetten op kinderopvang, onderwijs en alle flankerende organisaties en verenigingen.

Kinderopvang
Door te voorzien in voldoende lokale betaalbare kinderopvangmogelijkheden, verzekeren we in Aarschot niet enkel een opvang voor de kinderen, we leveren ook een dienst aan de ouders.  Het geeft de ouders de kans om zich verder (al dan niet professioneel) te ontplooien. Dit kan de lokale gemeenschap enkel ten goede komen.   Het is goed voor de toekomst van een gemeente dat kinderen dit zo dicht mogelijk bij huis kunnen ervaren. Aarschot moet dus in de eerste plaats initiatiefnemers ondersteunen en met elkaar in overleg brengen. Momenteel is er in Aarschot dankzij CD&V een zeer ruim aanbod (Stekelbees-werking) dat bovendien sterk uitgebouwd is in de verschillende deelgemeenten.  Dit willen wij verder in stand houden, zoals eerder al gesteld.

Onderwijs
In een school doen kinderen en jongeren niet enkel kennis op. Scholen voeden kinderen en jongeren ook op tot sociaal vaardige, emotioneel evenwichtige en verantwoordelijke burgers met een breed scala van interesses en competenties.   Op die wijze worden zij opgeleid tot de volwassenen van de toekomst die hun verantwoordelijkheid durven nemen.

Opvoeding is echter geen zaak van onderwijs alleen.  Een groot deel van de opvoeding krijgen kinderen van thuis uit.  Het is dan ook belangrijk dat de schoolkeuze kan aansluiten bij de opvoedingskeuzes die men thuis maakt. In Aarschot is er een brede keuzemogelijkheid op vlak van lagere scholen, secundaire opleidingen en avondonderwijs. Het stedelijk onderwijs heeft een complementaire taak door te voorzien in de opleiding van knelpuntberoepen, de keuzemogelijkheden binnen de zorgsector en het aanbod op vlak van kunsthumaniora.

We moeten erover waken dat de pedagogische keuzevrijheid van de ouders in dezen gegarandeerd wordt.

Opvoedingsondersteuning
Ouders met kinderen zitten vaak met veel vragen.  Als stad moeten wij deze ouders kunnen doorverwijzen, informeren en sensibiliseren over het opvoeden van kinderen.  Als stad moeten wij dan ook een faciliterende en ondersteunende rol spelen.   Ook in de toekomst moet de werkgroep Gezin en Jongeren zich bezighouden met opvoedingsvraagstukken, en opvoedingsondersteuning bieden.

Via buurtwerk, OCMW en allerlei lokale partners als CLB, de scholen, Kind en Gezin, Arktos, CGG, CAW, Huize Levensruimte, … willen we hulp bieden aan de steeds groter wordende vraag  naar opvoedingsondersteuning. De stad moet projecten ondersteunen zoals "Time-out" en "Gimme a break". Moeilijke en kwetsbare jonge gezinnen verdienen zeker onze aandacht. Kind en Preventie evolueert naar het Huis van het Kind.

B. Een goede ruimtelijke ordening
De ruimte is een schaars goed.  We moeten er  in het belang van de toekomst dan ook zuinig mee omspringen.  We moeten erop toezien dat er voldoende ruimte is om (betaalbaar) te wonen, te werken, ons te ontspannen en te verplaatsen, zowel vandaag als in de toekomst. Ook economisch is een goed doordacht beleid rond ruimtelijke ordening een noodzaak. We willen dit baseren op een evenwicht tussen de verschillende ruimtegebruikers en ruimtebehoeften. Een evenwicht dat het best in overleg met de gebruikers kan gevonden worden.

In 2004 heeft het studiebureau "Robbrecht en Daem Architecten" een uitvoerige analyse gemaakt van de ruimtelijke structuur van Aarschot en op basis hiervan een strategische visie ontwikkeld. De visie onderkent 3 structurerende elementen binnen de stad, nl.

  • Demer als bypass;
  • stationsbuurt als groeipool;
  • de oude stadsvesten als drager van het stedelijk weefsel.

De analyse en visie van "Robbrecht en Daem Architecten" zijn nog steeds accuraat en actueel.

Sinds 2004 heeft de stad gewerkt aan de realisatie van projecten die passen binnen deze strategische visie. In eerste instantie ging onze aandacht naar de relatie tussen de Demer en de stad in het kader van het stadsvernieuwingsproject "‘s Hertogenmolens en Amer”.   De rivier is weer zichtbaar gemaakt door de aanleg van een verharde kade. Hierdoor kan op een aangename manier gewandeld en gefietst worden langs de oevers van de Demer. Het parcours langs de Demer vormt een bypass tussen het zuid/noord gerichte winkelcircuit en de buurt van het Begijnhof, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en 's Hertogenmolens.

Vervolgens is de stad, in het kader van het stadsvernieuwingsproject “Aarschot op Sporen”, begonnen met de realisatie van een aantal strategische projecten langs de spoorweg: bijkomende ruimte voor wonen en werken rond het station, reorganisatie van de pendelparking, verbeteren van de doorwaadbaarheid van de stationsomgeving door o.a. de bouw van een brug over de sporen, … De ontwikkeling van de stationsbuurt als groeipool is dus volop begonnen. Wij willen deze ontwikkeling verder zetten, o.m. door de aanleg van een nieuwe grote parking achter het station, in samenwerking met NMBS-Holding en Infrabel.

Nu willen wij graag werken aan het derde luik van de strategische visie, nl. de oude stadsvesten die gebruikt worden om – met landschappelijke ingrepen - een binding te creëren tussen de stadskern en de aangrenzende wijken.  De oude stadsvesten moeten zodoende ontwikkeld worden als drager van het stedelijk weefsel.

Het stadsvernieuwingsproject „De Torens‟ geeft een ontwikkelingsperspectief op de omgeving van Bonewijk en Orleanstoren als baken binnen de stad en verbinding (zowel fysisch als psychisch) tussen de stadskern en het open landschap achter de oude stadsvesten.  Zodoende draagt het project bij tot de beeldvorming en de verdere commerciële ontwikkeling van de stad.

Het derde stadsvernieuwingsproject is het logisch vervolg op de twee vorige stadsvernieuwingsprojecten Met de realisatie van het project rond Bonewijk en Orleanstoren geven we een belangrijke aanzet tot de ontwikkeling van de oude stadsvesten als drager van het stedelijk weefsel.

De impact van het stadsvernieuwingsproject ‘De Torens’

De gebruikswaarde

De omgeving van de Bonewijk moet versterkt worden en moet samen met de Grote Markt een groeipool worden voor de commerciële ontwikkeling van onze binnenstad. Een aantal nieuwe bebouwde functies krijgen een plek in het gebied (wonen, wonen met service- en zorgmogelijkheden, dienstencentrum, winkelen, parkeren, kinderdagverblijf).  Wat het winkelen betreft, moet dit de site worden die fungeert als een echte aantrekkingspool aan het westelijke startpunt van het kernwinkelgebied. Het dienstencentrum en kinderdagverblijf zullen de ondersteunende functies voor het wonen worden.  Daarnaast zal het ganse gebied fungeren als een publieke ruimte met heel wat verschillende karakters: een stedelijk plein aan de voet van de heuvel en een landschapspark op de heuvelflank en boven op het plateau.  Het landschapspark zal in eerste instantie beter toegankelijk worden gemaakt zodanig dat dit bruikbaar is voor wandelaars en fietsers.  In een volgende stap kunnen bijkomende recreatieve of productieve elementen dit landschap meer bruikbaar maken.  Dit kan gaan over de inplanting van een speeltuin maar ook het opzetten van een “plukboerderij” en een permanente tentoonstelling in het landschapspark.  Bovendien zal de Orleanstoren gerestaureerd worden en fungeren als een uitkijktoren over de stad en het heuvellandschap van Noord-Hageland.

De omgevingswaarde

Het masterplan zet in op een intense wisselwerking met de omgeving. Zowel programmatorisch, morfologisch als qua verbindingen worden er relaties met de omgeving gelegd.

We lijsten hier de belangrijkste punten even op:

  •  het stedelijk plein met winkels versterkt het stedelijk gebeuren van het centrum van Aarschot en de Bonewijk in het bijzonder;
  • de groene stadswijk op de heuvelflank versterkt het wonen in de stad en laat tegelijkertijd toe dat het landschap dichter bij de stad komt;
  • Verschillende verbindingen worden voorzien: van de benedenstad naar de Orleanstoren, de rondgang op de vesten, verbinding tussen het landschapspark en zijn directe omgeving. Er wordt ook een traject voor fietsers voorzien om vanuit de stad op de Orleanstoren te komen.

Hefboomfunctie van het stadsvernieuwingsproject ‘De Torens’

Op ruimtelijk gebied

De afbraak van de industriële hal van de wijnbottelarij is een kans om het bouwblok langs de Leuvensestraat af te werken tot volwaardige voorkanten langs het nieuw aan te leggen plein. De achterkanten worden daardoor getransformeerd in voorkanten;
De open ruimte rond de Orleanstoren, die via de Geenssite doorgetrokken wordt tot in de stad, geeft lucht en ruimte aan de binnenstad. Het blauw-groene lint van de Demer in het noorden krijgt een complement in het zuiden van de stad door de verbinding van de Demervallei/Leiberg naar 's Hertogenheide.

Op maatschappelijk gebied

Het ontwikkelen van een landschapspark op 100 m van de Bonewijk zal aan de inwoners van Aarschot de kans geven om een heel ander Aarschot te ontdekken. Het landschapspark creëert recreatiemogelijkheden. Ook het collectief gebruik (bijvoorbeeld de plukboerderij) zal nieuwe samenwerkingsverbanden tot stand laten komen tussen mensen die in andere delen van de stad wonen. Educatieve projecten kunnen worden opgezet voor scholen. Events kunnen worden georganiseerd.
Nieuwe aantrekkelijke woningen in de kern kunnen een uiteenlopend publiek aanspreken, wat de diversiteit in de stad ten goede komt. Ook het feit dat er een dienstencentrum met serviceflats en een kinderdagverblijf worden gebouwd, draagt bij tot de diversiteit.  Groen dichter bij de stad verhoogt de algemene woonkwaliteit ervan.  Het ontwikkelen van een landschapspark geeft ook kansen voor het bestaande landbouwgebied om zich te versterken (cfr. plukboerderij) of te transformeren naar een nieuw gebruik.

Op economisch gebied

Opwaardering van het winkelapparaat door ruimte te voorzien voor winkels met grotere oppervlakten die zich anders op de invalswegen zouden vestigen. Dit is complementair met bestaande kleinere winkels in het stadscentrum en gaat de stadsvlucht tegen. Meer woningen – een 300-tal - in de kern zal de bestaande voorzieningen ook verder ondersteunen.

C. Een ambitieus maar realistisch mobiliteitsbeleid met een hoge aandacht voor verkeersveiligheid
Het mobiliteitsbeleid van Aarschot houdt met een aantal principes rekening.  Zo is het erg belangrijk dat de gemeente en al haar onderdelen (bedrijven, middenstand, ontmoetingsplaatsen, pleintjes,…) bereikbaar zijn.

Daarenboven moet iedereen de mogelijkheid hebben om zich te verplaatsen, zodat men aan het maatschappelijk leven kan deelnemen. De verkeersleefbaarheid binnen de stad moet verhoogd worden. Het mobiliteitsbeleid moet de verkeersonveiligheid sterk terugdringen. CD&V meent dat bij het uitstippelen van een mobiliteitsbeleid moet uitgegaan worden van het STOP-principe, dat de voorrang van mobiliteitsvormen aanduidt. Tevens moet er aansluiting gezocht worden met de visie op ruimtelijke ordening binnen de stad.

Tijdens de volgende legislatuur is het essentieel om voort te bouwen op de reeds inslagen weg.  

Een van de pijlers hierbij is de verkeersleefbaarheid in de binnenstad van Aarschot verder te verhogen.  Belangrijk hierbij is om niet enkel te kijken naar de mobiliteit alleen, maar dit thema eveneens te linken aan sociale en economische thema’s.  Een stad is namelijk maar leefbaar als verschillende thema’s op een gezonde manier met elkaar interactie hebben.

Een stad blijft namelijk een stad en bijgevolg moet deze op de één of andere manier bereikbaar blijven voor ouderen, mensen met een fysieke beperking, winkelbezoekers (economisch), …  Deze groepen worden nogal eens vergeten binnen het mobiliteitsgebeuren en dat kan en mag zeker niet. Specifieke aandacht gaat uit naar verkeersveilige schoolomgevingen.

Doorgaand verkeer zonder lokale bestemming moet zoveel mogelijk  naar de ringstructuur afgeleid worden.  Voor de bereikbaarheid en dus de leefbaarheid van onze handelaars is het belangrijk voldoende parkeermogelijkheid te voorzien.  Het behoud van gratis parkeren op onze parkings dicht bij de handelaars (parking Centrum, parking A.Reyerslaan, …) is een belangrijk punt voor CD&V van Aarschot. Waar mogelijk moeten de mogelijkheden nog uitgebreid worden (parking Bonewijk, parking achterkant station…).

Een tweede pijler is de realisatie van fietsverbindingen.  Vanuit elke deelgemeente moet een veilige en comfortabele fietsverbinding voorzien worden.  Het realiseren van dergelijke verbindingen is een  potentiële kans om meer bezoekers naar de binnenstad te brengen en dit op een duurzame manier.  Hiermee  wordt eveneens het thema gezondheid (bewegen) en veiligheid onrechtstreeks opgenomen.  Deze fietsverbindingen zijn namelijk ook belangrijk voor onze schoolgaande jeugd, mensen die gaan werken en het fietstoerisme.

Er zijn drie belangrijke verbindingen die hiervoor moeten gerealiseerd worden:

  1. Rillaar – Aarschot Centrum: Dit slaat vooral terug op de Demerfietsroute waar in het verleden al heel wat om te doen was.  Dit is een essentiële route om  de verschillende stedelijke gebieden met elkaar te verbinden van Diest, via Scherpenheuvel – Zichem, Aarschot, Rotselaar naar Werchter en Mechelen.  Dit kadert in de visie van de Vlaamse overheid betreffende de fietssnelwegen. CD&V pleit voor een snelle realisatie van deze route.
  2. Wolfsdonk & Langdorp – Aarschot Centrum: Momenteel is deze route in voorbereiding. CD&V is grote voorvechter van deze fietsroute. Het station van Testelt moet verbonden worden met het station van Aarschot met een fietsroute evenwijdig met de spoorweg.  Deze fietsroute zal zeer aantrekkelijk zijn omwille van zijn rechtlijnig karakter en zeer beperkte menging met het gemotoriseerd verkeer.  Op de Herseltsesteenweg zal deze fietsroute aansluiten op de reeds eerder gerealiseerde fietsroute richting het station van Aarschot.
  3. Gelrode – Aarschot Centrum: Vanuit Gelrode is het essentieel een goede verbinding te maken met de nieuw aangelegde brug over de sporen.  Dit kan een belangrijke ontsluitingsroute worden voor de zwakke weggebruikers gescheiden van het gemotoriseerd verkeer.  Deze route moet tot stand komen langs de spoorweg.  Vandaag doen vooral de Turfputten dienst als fietsroute.  In de toekomst is het de bedoeling deze route te creëren vanaf de brug over de sporen, langs de spoorweg om dan aan te sluiten bij de huidige route langs de Turfputten.


Een derde pijler is het onderhoud van wegen en bestaande fiets- en voetpaden in het algemeen.  Het is essentieel om in de volgende legislatuur de nodige budgetten te voorzien zodat de wegen en fietspaden goed berijdbaar blijven en de nodige herstellingswerken op een snelle en adequate manier kunnen uitgevoerd worden.  Hierdoor kan heel wat ergernis voorkomen worden en bovendien zijn goed onderhouden wegen belangrijk in functie van de verkeersveiligheid. Een goed onderhouden wegennet draagt bij tot minder verkeersongevallen. 

D. Investeren in propere straten en pleinen
Propere straten en pleinen, en nette overheidsgebouwen geven de inwoners en bezoekers van een gemeente een aangenaam gevoel. Daarnaast kunnen veel herstellingswerken en grote investeringen ook vermeden worden door de wegen, pleinen, voet-, fiets- en wandelpaden net te houden. Onze stad moet dan ook investeren in het proper houden en goed onderhouden van de straten en pleinen.

E. Een duurzaam patrimoniumbeleid verzekert de toekomst
Het patrimonium van Aarschot is omvangrijk, zowel op fysiek als op budgettair vlak.  Het behelst zowel de gemeentelijke wegen, fiets- en voetpaden, alsook de gemeentelijke gebouwen van allerlei aard. Weinig of slechte investeringen in dit patrimonium kunnen tijdelijk een financiële meevaller betekenen voor het gemeentebudget, maar zijn op langere termijn nefast. Het getuigt dus vooral van verantwoordelijkheidszin om als gemeente of stad te investeren in duurzaam patrimonium.

Wegen, fietspaden en voetpaden
Wegen, fietspaden en voetpaden zijn de vormen van gemeente-infrastructuur waar de inwoners het meest mee in contact komen. Een goede en duurzame aanleg, en een geregeld onderhoud van de wegen, fiets- en voetpaden zijn niet alleen een garantie op een langere gebruiksduur, maar verhogen ook de gebruiksvriendelijkheid en –aantrekkelijkheid ervan. CD&V pleit dan ook voor goed toegankelijke, onderhouden en propere wegen, voet- en fietspaden.

Fietspaden verhogen de veiligheid en het comfort van de weggebruikers. Daarom willen we ze zoveel mogelijk scheiden van het andere verkeer, opvallend aangeduid, met een breed en effen wegdek, veilig oprijdbaar en ononderbroken aansluitend op het gehele traject.

Gemeentelijke gebouwen
Investeringen in gemeentelijke gebouwen zijn dikwijls erg duur. Toch getuigt het van goed bestuur om de nodige herstellingen aan de gemeentelijke gebouwen uit te voeren.  Verouderde of niet-onderhouden gebouwen zijn niet alleen een actuele meerkost, maar zijn ook op langere termijn een slechte zaak.

Als CD&V willen wij verder investeren in energiebesparende maatregelen in de bestaande gebouwen. Een grondige energiescan en sensibilisering van onze ambtenaren zijn alvast preventieve initiatieven die in afwachting van opportune investeringen wenselijk zijn.

In geval van nieuwe gebouwen kiezen wij voor energiebesparend bouwen (ontwerp, materialen, bouwwijze, onderhoud).  Uiteraard wordt dit ook meegenomen bij belangrijke onderhoudswerken aan gebouwen.

De stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van het kapucijnenklooster werd goedgekeurd op 30 juli 2012. De werken zullen begin 2013 aanvangen. Vanaf begin 2014 zal in het kapucijnenklooster de vergaderingen van het college en de gemeenteraad doorgaan. Een deel van het gebouw zal fungeren als trouwzaal.

De stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van het stadhuis zal eind 2012 aangevraagd worden. De verbouwingswerken zullen vermoedelijk medio 2013 aanvangen. In de loop van 2015 moet het stadhuis volledig gerenoveerd en uitgebreid zijn.

F. Aandacht voor natuur en milieu
Velen hebben de mond vol van aandacht voor natuur en milieu. In de praktijk houden nog steeds te weinig mensen er in hun handelen rekening mee, hoewel natuur- en milieuhinder erg storend zijn. Het gemeentelijk natuur- en milieubeleid dient op deze paradox in te spelen. In samenspraak en overleg met de vele vrijwilligers die actief zijn in het kader van natuur- en milieubehoud, moeten wij ook in Aarschot een duurzaam lokaal natuur- en milieubeleid uitwerken dat ook sensibiliserend werkt ten aanzien van de inwoners.

Water

Wij hebben het algemene waterbeleid steeds duurzaam trachten uit te bouwen.

Een actieve betrokkenheid van de verschillende departementen binnen de gemeentelijke diensten (Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Technische Dienst, Openbare Werken, Gebouwen) bij waterbeheer, meer bepaald in verband met rationeel watergebruik, gescheiden waterafvoersystemen, wachtbekkens, voorkomen van verdroging in kwetsbare gebieden, voorkomen versnelde afvoer van hemelwater, bescherming van drinkwater, etc. is onontbeerlijk.

Om in de toekomst een dergelijk duurzaam waterbeleid te kunnen verzekeren, wordt voorgesteld om het pakket van de volgende met elkaar verweven handelingen en acties te ondersteunen:

Waterberging

Het stadsbestuur heeft in het verleden vele structurele ingrepen doorgevoerd waardoor de Aarschotse inwoners het hoofd kunnen bieden aan wateroverlast.  We denken hier aan maatregelen die werden genomen na de overstromingen van eind jaren negentig in Rillaar, Gelrode, Aarschot-Centrum en Langdorp.  Om de resterende knelpunten te kunnen saneren is  het gericht opsporen, onderzoeken en verhelpen van de probleemlocaties noodzakelijk.

Hemel- en grondwaterbeheer en het verbeteren van de waterkwaliteit

Het voeren van een strikt vergunningenbeleid is noodzakelijk. Bij het verlenen van milieuvergunningen dienen voorwaarden te worden opgelegd m.b.t. grondwatergebruik, de afkoppeling van hemelwater, het hergebruik en infiltratie. Vergunningsplichtige (ver)bouwers moeten worden gestimuleerd om inspanningen voor de afkoppeling van hemelwater te doen en te maximaliseren.

Een zeer belangrijk onderdeel van een duurzaam waterbeleid is het blijvend informeren en sensibiliseren rond duurzaam en rationeel waterbeheer en waterverbruik.

Het stadsbestuur heeft hier een voorbeeldfunctie door haar eigen maatregelen inzake hemelwatergebruik, het afkoppelingsbeleid, de infiltratie van hemelwater, de installatie van groendaken, en het duurzaam watergebruik bij nieuwbouw en/of vernieuwbouw.

Ruiming en onderhoud van waterlopen

In functie van de buffering van hemelwater in het brongebied, is een optimale toestand van zowel de niet-geklasseerde, als geklasseerde waterlopen van cruciaal belang. Veel aandacht moet gaan naar het jaarlijks ruimen van onze grachten en waterlopen. Het onderhoud van de grachten is trouwens een gedeelde taak van de stad en de aangelanden. Beiden hebben hier een voorbeeldfunctie uit te oefenen. Hierop dient strikt te worden toegezien.


Verstandig natuurbeheer

Het streven naar een ecologische basiskwaliteit over het volledige grondgebied van de gemeente is een prioriteit. Het gemeentelijke natuurbeleid voor het grondgebied Aarschot werd in het verleden grotendeels bepaald door het Gemeentelijk NatuurOntwikkelingsPlan (GNOP).

Mettertijd is gebleken dat de specifieke knelpunten binnen het natuurlijke milieu echter zeer verspreid en meer complex kunnen zijn. Als men over natuur spreekt, maakt men daarom best het onderscheid tussen enerzijds het aspect ‘biodiversiteit’ en anderzijds het fenomeen ‘versnippering’.

Biodiversiteit is immers een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan van de natuur. Versnippering daarentegen duidt op het probleem van een opgesplitst natuurlijk milieu. Het versnipperen van leefgebieden heeft tot gevolg dat soorten moeilijk kunnen migreren, wat een invloed heeft op de overlevingskansen van deze soorten. Op deze manier is versnippering sterk gerelateerd aan de biodiversiteit in een bepaald gebied. Aan de twee voormelde objecten dient dan ook de volle aandacht te worden geschonken.

Volgende problemen zijn de voornaamste algemene knelpunten voor het grondgebied Aarschot:

  • Verdwijnen van waardevolle biotopen en bedreigde soorten

Spijtig genoeg werd de laatste decennia vastgesteld dat de heidevegetaties die vroeger zo typerend waren voor de streken rondom Aarschot, nu vrijwel volledig verdwenen zijn. Enerzijds werden de heidevegetaties omgezet in naaldhoutaanplantingen, akkers en weiden, of werden ze onomkeerbaar verkaveld en bebouwd. Andere stukken zijn dan weer door vergrassing en bosvorming verloren gegaan.’s Hertogenheide en het Kloesebos zijn echter mooie relicten en bieden een duidelijk voorbeeld van deze natuurwaarden. Zij mogen gerekend worden tot de meest waardevolle gebieden in het Hageland en moeten dan ook extra aandacht krijgen..

Gelet op de toegenomen bebouwingsdruk en het achterstallige beheer in deze gebieden, lijkt het aangewezen om ervoor te zorgen dat  de recentelijk opgestarte heidebeheersvormen worden aangehouden. Door een extensief graasbeheer, gecombineerd met klassieke bestrijdingsmaatregelen, kan de heide blijvend worden beschermd. In een eerste fase werd deze beheersvorm reeds in het Kloesebos opgestart.

  •  Verdwijnen van de kleine landschapselementen (KLE’s)

De kleine landschapselementen (of kortweg KLE’s) werden in het verleden kunstmatig aangebracht (hagen, houtkanten, poelen, ..) en groeiden vaak uit tot gebieden met een belangrijke natuurwaarde. De voornaamste taak van de KLE’s is hun functie als verbindingscorridor tussen grotere natuurlijke entiteiten zoals bossen, heidegebieden, e.d.

Het is daarom wenselijk om te blijven voorzien in een subsidieluik voor de aanplanting van lijnvormige landschapselementen en het bevorderen van andere natuurlijke waarden, zoals het aanbrengen van zwaluwnestkasten, de aanleg van poelen en de aanplant van hoogstamboomgaarden door onze Aarschotse inwoners.

  • Invloed van recreatie op de bestaande natuurlijke omgeving

In Aarschot zijn er verschillende groene ruimten, zowel privaat als openbaar, die onder druk komen te staan door het  intensieve gebruik. Zo wordt ’s Hertogenheide intensief bezocht door wandelaars, spelende kinderen en mountainbikers. De heide verdraagt echter geen intensieve betreding, het werkt het ontstaan van stuifzand in de hand.

Voor de bestaande Aarschotse natuur- en bosgebieden moet onderzocht worden welke ontwikkelingen de bestaande natuurlijke omgeving en mogelijkheden tot recreatie kunnen verzekeren. Wij moeten voorkomen dat zowel de recreatiemogelijkheden in deze zones, als de bestaande natuurlijke omgeving teloor zouden gaan.

  • Water en waterlopen

De stad Aarschot heeft de afgelopen jaren heel wat geïnvesteerd in de verbetering van de waterkwaliteit van onze waterlopen en in de optimalisering van onze waterhuishouding. Toch is de waterkwaliteit van de waterlopen in Aarschot nog steeds voor verbetering vatbaar. Het knelpunt is dat er industrieel en huishoudelijk afvalwater geloosd wordt in de beken. De verdere aanleg van waterzuiveringsinfrastructuur, collectoren en rioleringen moet hierin verandering brengen en moet op zodanige wijze gebeuren dat de aanwezige natuurwaarden niet verstoord worden. De goede samenwerking met VMM en Aquafin moet, zoals in het verleden, voortgezet worden.

  • Ondersteunen van inrichtings- of beheerswerken via IGO-Leuven

Het stadsbestuur Aarschot heeft in het verleden enkele samenwerkingsverbanden aangegaan die hun effect niet gemist hebben. De voornaamste partner die het Aarschotse natuurbeheer actief ondersteunt is IGO-Leuven. Door het leveren van de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsteams (INL-teams) heeft het stadsbestuur een werktuig in handen om concrete realisaties tot een goed einde te brengen. Een contingent van maar liefst 2.900 manuren verzekert binnen de gemeente de opvolging, ontwikkeling en het beheer van de natuurlijke gebieden. Met 2 teams van 8 medewerkers staan de teams in voor het onderhoud van het Leibergbos, het Kloesebos, het Elzenhof, de KLE’s en het maai- en graasbeheer op verschillende natuurlijke locaties.

Om de huidige verkregen natuurwaarden te kunnen behouden, is het inzetten van de INL-teams van IGO-Leuven onontbeerlijk. Een verder zetten van de bestaande samenwerkingsverbanden lijkt dan ook op zijn minst aangewezen.

  • Andere aspecten die aan bod dienen te komen binnen de dagelijkse stedelijke werking zijn de volgende:
    • Het is wenselijk om de coördinatie tussen de stedelijke diensten en de bestaande natuurverenigingen binnen het grondgebied te verbeteren;
    • Een natuurgericht beheer van bermen en holle wegen moet correct te worden opgevolgd;
    • Wij moeten ervoor zorgen dat de algemene richtlijnen, decreten en wettelijke bepalingen inzake een goed groenbeheer correct worden opgevolgd;
    • Een goed overleg tussen de diensten, vnl. met betrekking tot de opmaak van RUP’s, verkavelings-, bouw- en kapvergunningen, moet de mogelijke schade aan het natuurlijke milieu tot een minimum beperken;
    • Het correct sensibiliseren en informeren van de Aarschotse inwoners is één van de kerntaken van de stedelijke diensten. Zowel particulieren, scholen, ondernemers, als landbouwers dient men verregaande in te lichten inzake het huidige natuurbeleid. Ondersteunend zal de Aarschotse inwoner geïnformeerd worden middels de publicaties van natuurgerelateerde artikelen in het milieukrantje “het Stampertje”. Op deze wijze wordt het natuurbewustzijn van de Aarschotse inwoners verhoogd.

Enkel door het handhaven van het opgelijste totaalpakket aan maatregelen kan een verstandig natuurbeheer worden bewerkstelligd.

Afvalbeleid

Het Aarschotse afvalbeleid volgt een strikte koers die door de hogere overheden wordt aangegeven. De gemiddelde hoeveelheid afval ligt in Aarschot sinds enkele jaren lager dan in de omliggende steden. Het consequent toepassen van het principe “De vervuiler betaalt” neemt de eerste plaats in. Aarschot verhaalt de effectieve kosten op de vervuiler (in verhouding tot de aangeboden hoeveelheden afval). Deze methodiek willen wij verder zetten.

Als belangrijkste knelpunt wordt, net als in heel Vlaanderen, een beperkt ontwijkgedrag gesignaleerd.  Op een aantal knelpuntlocaties wordt veelvuldig gesluikstort. Dit zorgt voor de nodige hinder naar de onmiddellijke omgeving en omwonenden. Hier dient verder onderzocht te worden welke concrete maatregelen deze vorm van kleine hinder kunnen voorkomen.

In eerste instantie wordt gekozen om een volledige inventarisatie te laten opmaken. Enkel een duidelijk overzicht en analyse van de geregistreerde knelpuntlocaties laten de diensten toe om een beter toezicht te houden op ontwijkgedrag. Op maat opgezette sensibilisatiecampagnes moeten de omwonenden periodiek informeren. Het verwijderen van sluikstorten dient tot één van de prioriteiten van de buitendiensten te behoren. De stad Aarschot moet de inspanningen om de sluikstorten zo vlug mogelijk te verwijderen nog opdrijven. Een snelle ruiming zal het metropooleffect op andere sluikstorters voorkomen.

Voorkomen is sensibiliseren. In het milieukrantje “Het Stampertje” moeten wij de klemtoon leggen op afvalvoorkoming, sorteren en ontwijkgedrag.  Wij moeten zorgen voor een bewustwording bij de burgers om hen ertoe aan te zetten afvalpreventief gedrag aan te nemen.

Scholen en jeugdverenigingen moeten zich verder bewust worden van hun afvalgedragingen. Het is wenselijk om als gemeente zowel advies te verlenen, als technische ondersteuning te leveren aan scholen. Jaarlijks kunnen campagnes de leerlingen en studenten bewustmaken. Het organiseren van een jaarlijkse campagne rond afvalpreventie (ruimingsprojecten en zwerfvuilcampagnes, ondersteunen van “Milieuzorg Op School”, etc.) behoort tot de taken van de stedelijke diensten.

De klemtoon wordt gelegd op sensibilisatie:

  • gratis ter beschikking stellen van antireclamestickers;
  • promotie van het thuiscomposteren;
  • verkoop van compostvaten en -bakken aan sterk gesubsidiëerde prijs;
  • inrichten van demonstraties en voordrachten rond composteren;
  • organisatie van opleidingen voor compostmeesters.

f. Financiën
Een stad besturen kost onmiskenbaar geld. Een goed bestuurde stad vereist ook een stevig financieel beleid. Letten op de centen betekent niet alleen zorgen voor een budget in evenwicht, maar belemmert ook de toekomstige generaties niet. Vandaag te grote financiële en budgettaire risico’s nemen, impliceert immers meteen ook een last leggen op de toekomstige inwoners van de gemeente. CD&V wil dit ten zeerste vermijden.

De stadsgelden beheren als een goeie huisvader/moeder, daar zijn christendemocraten meesters in. We willen inkomsten en middelen optimaal gebruiken voor het welzijn van (het huishouden) de bewoners.

Een financieel gezonde gemeente
Het jaarlijks opstellen van het gemeentelijk budget vereist telkenmale een lange en moeilijke afweging van investeringen, inkomsten, werkingskosten e.d. Het is voor CD&V in elk geval noodzakelijk dat we in Aarschot onze schulden onder controle houden.  Het korte voordeel van extra middelen wordt immers overschaduwd door een jarenlange terugkerende kost voor de afbetaling van schulden, die tevens een last legt op de toekomstige generaties. Toch zal het soms nodig zijn leningen aan te gaan om broodnodige investeringen te kunnen uitvoeren. Hoewel hierin een evenwicht vinden niet eenvoudig is, moet het stadsbestuur er in elk geval alles aan doen om de stad financieel gezond te houden op korte én lange(re) termijn.

Lokale lasten onder controle houden
Evident kunnen er door een gemeente geen uitgaven gedaan worden zonder inkomsten te vergaren. Het heffen van lokale belastingen en andere lasten zal dus steeds noodzakelijk zijn. Dit hoeft op zich geen probleem te zijn op voorwaarde dat de lokale lasten duidelijk en rechtvaardig zijn en principieel in verhouding tot de genoten inkomsten. Bovendien pleit CD&V ervoor om de lokale lasten onder controle te houden aangezien dit zowel de koopkracht van de inwoners als de economische attractiviteit van de gemeente verhoogt.

Voor CD&V is de uitdaging om met dezelfde middelen meer rendement te halen.

H. Duurzaam energiebeleid
Energie is een schaars goed geworden. De promotie van hernieuwbare energiebronnen is groot, maar ook de stad kan hierin een rol spelen. Vooral sensibilisering, goede informatieverstrekking en doorverwijzing van de inwoners zijn bij uitstek taken voor de gemeente als meest nabije bestuursniveau.

Daarbij moet men in eerste instantie proberen energie te besparen of een hogere energie-efficiëntie te bewerkstelligen. Vervolgens moet men duurzame (hernieuwbare) bronnen promoten. Bij dit alles mag men echter de armsten in de samenleving niet vergeten. Voor hen is energie immers een nog schaarser goed.

Lokaal energiebeleid
De stad heeft hier een voorbeeldfunctie en de stedelijke diensten hebben de rol van initiator, stimulator, facilitator en communicator te vervullen, vnl. ten aanzien van de eigen burgers, buurten, bedrijven en verenigingen.

  • In de eigen gebouwen moeten verder maatregelen genomen worden om het energieverbruik en dus de CO2-uitstoot te reduceren.  Ook de operationele dagelijkse werking moet onder de loep genomen worden (wagenpark, kantoormachines, …);
  • Het energieverbruik voor openbare verlichting beperken in functie van de veiligheid;
  • Een energiemonitoringsysteem kan de aanzet geven tot energiebesparende maatregelen. De jaarlijkse metingen moeten resulteren in een overzichtelijk jaarrapport waarin een definitieve evaluatie met adviezen tot het verbeteren van de stedelijke werking en verbruiken aan bod kan komen;
  • Het toezicht op een dergelijke energieboekhouding, alsook de evaluatie en analyses van de geregistreerde waarden en verbruiken, moeten ten laste van een stedelijke energiecoördinator  vallen;
  • Er wordt ook gedacht aan de aankoop van meer groene stroom;
  • Anderzijds is het belangrijk een breed draagvlak te creëren voor varia aan initiatieven, zodat een inkrimpen van de verbruiken van particulieren  wordt bewerkstelligd;
  • Aarschotse inwoners en bedrijven dienen verder gesensibiliseerd en gemotiveerd te worden om zelf maatregelen te treffen.  Zij dienen zich bewust te worden van hun energieverbruik.

Er wordt geopteerd om samen te werken met onder meer de netbeheerder. Deze is de uitgelezen actor om samen met de stedelijke diensten de particuliere inwoners, de verenigingen, de scholen en de ondernemers te sensibiliseren.

  • De sociale rol die voor de gemeenten is weggelegd, is op zijn minst even belangrijk als voorgaande.  Kansarmen en andere specifieke doelgroepen dienen de mogelijkheid te krijgen om zich bewust te worden van de gebreken en knelpunten in hun energiebehoeften ( energiescans,  tips om in hun verbruiken te snoeien);
  • Deze maatregel, alsook nieuwe opvolgscans, kunnen door het stadsbestuur aangevraagd worden, én bieden een uitgelezen medium om in een rechtstreeks informatief contact te treden met de Aarschotse inwoners;
  • Daartoe wordt een (elektronisch) loket ingericht waar de inwoners een startpakket aangeleverd krijgen dat onmiddellijk in de woning kan geïmplementeerd worden;
  • Op dit (elektronisch) loket zullen bovendien gegevens beschikbaar gesteld worden waarlangs de burgers, verenigingen, ondernemingen, … op andere bestuursniveaus meer  informatie kunnen vinden.

Een dienstvaardige gemeente

Onze gemeente heeft een dienstverlenende opdracht. De gemeente is nabij en is vaak ook het lokaal meest gekende bestuursniveau. Voor CD&V is de dienstverlening door de gemeente dan ook erg belangrijk. Onder andere via inspraak van de “gebruikers”, de inwoners, kan deze dienstverlening geoptimaliseerd worden. Aarschot moet aan deze inspraak het nodige belang hechten.
Iedere inwoner wordt door de stadsdiensten ontvangen en behandeld als een klant. De welkom op de deur van het stadhuis mag geen loze slogan zijn.

A. Een uitgebreide en kwaliteitsvolle gemeentelijke dienstverlening
Het bestuursniveau waarbij de burgers het vaakst en snelst komen aankloppen is de gemeente.   Het is dan ook noodzakelijk dat we in Aarschot een uitgebreide dienstverlening kunnen aanbieden.  Naast de beleidsdomeinen eigen aan de gemeente moeten wij ook nadenken over de beleidsdomeinen waarin het stadsbestuur slechts een beperkte coördinerende, ondersteunende of informerende rol heeft aan te bieden.

We denken hier aan het woonloket dat er niet alleen op gericht is de nodige informatie te verschaffen aan nieuwe inwoners of aan mensen op zoek naar info over vergunningen, maar dat ook een soort van woonwinkel is die doorverwijst naar bv. het lokaal sociaal verhuurkantoor.

De dienstverlening die we in onze stad aanbieden, moet kwalitatief hoogstaand zijn.  Daarom moet binnen het gemeentebestuur voldoende aandacht besteed worden aan de uitbouw en uitvoering van een goede kwaliteitszorg, met inbegrip van de nodige evaluaties.

Klantgericht en efficiënt in haar dienstverlening De tijd van een overheid die een dienstverlening aanbood zonder meer, is definitief voorbij.  Steeds meer verwachten de gebruikers van de gemeentediensten dat hun bestuur klantgericht en efficiënt is.  We zullen dan ook de nodige initiatieven moeten nemen om de klantgerichtheid en de efficiëntie te vergroten.

Een goed onderbouwd charter dat als leidraad kan dienen voor alle gemeentediensten kan hiertoe bijdragen. Tevens kan een uitbreiding van de online-diensten van een gemeente (via het E-loket) bijdragen tot een sterkere klantgerichtheid én efficiëntiewinst.

Daarnaast moet de dienstverlening van de gemeente of stad eenvoudig zijn. De gebruikers/klanten blijven op hun honger zitten wanneer zij voor elke vraag een andere dienst (al dan niet in hetzelfde gebouw) moeten opzoeken.  Soms dient men zelfs voor één vraag verschillende diensten aan te zoeken voor de onderscheiden deelaspecten die met de vraag verbonden zijn.

Het hoeft weinig betoog dat dit weinig klantgericht is. Daarom willen wij investeren in een één-loketfunctie zodat elke persoon, organisatie, onderneming e.d. die beroep wil doen op de diensten van een gemeente zich eenvoudig tot dit loket kan richten met al zijn vragen.

B. Een goed gemeentelijk personeelsbeleid
Een efficiënte en excellente gemeentelijke dienstverlening begint met een goed personeelsbeleid. Niet alleen speelt het personeel onmiskenbaar de hoofdrol in het bereiken van een kwaliteitsvolle, klantgerichte dienstverlening; het personeelsbudget is ook een belangrijke post in het gemeentebudget.

Een goed personeelsbeleid, op basis van een onderbouwd personeelsplan dat samen met het gemeentelijk managementteam wordt uitgewerkt, is dan ook een noodzaak om tot een excellente dienstverlening te komen en tevens de gemeente financieel gezond te houden.

De juiste persoon op de juiste plaats zetten en een optimaal rendement van de diensten  is eveneens een belangrijke uitdaging voor onze stad.

CD&V gebruikt cookies om uw surfervaring op deze website gemakkelijk te maken. Door onze website te bezoeken, gaat u akkoord met deze cookies.